Ondervraagd: Jo Claes
Thrillerlezers 8 juni 2015

Op 28 mei jl. won Jo Claes de Gouden Strop. In zijn dankspeech had hij het over de Chinese muur die bestaat tussen Vlaanderen en Nederland, en dan vooral wat betreft de misdaadliteratuur. Wederzijds zijn de boeken in het andere land praktisch niet te verkrijgen in de boekhandel. Een gemiste kans voor veel schrijvers.

De dag daarna zag ik Jo Claes bij het Thrillerfeestje van Hebban. Ik heb de stoute schoenen aangedaan en ben op hem afgestapt. Na mijzelf voorgesteld te hebben, heb ik hem gevraagd of hij het een leuk idee zou vinden om geïnterviewd te worden door mij, voor het blog. Ik zag hem bedenkelijk kijken, maar toen ik zei dat het wat mij betreft ook per mail kon, kreeg ik meteen een email-adres.
 
Laten we dit interview zien als een eerste steen die we uit de muur halen!
 

Is de roes van het winnen van de Gouden Strop al enigszins ingedaald?
De roes misschien wel, de blijdschap niet. Ik hoop dat die nog lang blijft aanhouden.

Wat hoopt u dat de Gouden Strop u brengt?
Op de eerste plaats dat de reeds met Thomas Berg in de hoofdrol nu ook in Nederland onder de aandacht komt. Het is voor een schrijver heel frustrerend om driekwart van zijn potentieel lezerspubliek niet te kunnen bereiken. Misschien zet deze prijs de deur naar het noorden op een kier. En Nederlanders zijn een enthousiast publiek. Ik ben blij dat ze nu met Thomas Berg kunnen kennismaken.

Wie is Jo Claes, ter introductie voor onwetende Nederlandse lezers?
Een volledig beeld van jezelf geven is onbegonnen werk, vandaar een kort antwoord. Eentje dat enkel betrekking heeft op mijn schrijverschap. Ik ben iemand die al op zijn vijftiende één grote droom had: schrijven. Niet schrijver wórden, voor alle duidelijkheid. Volgens mij word je als schrijver geboren, een talent dat je via je genen als cadeau hebt meegekregen. Maar het ligt niet altijd voor de hand om dat talent te ontplooien, om uit te groeien tot de schrijver die je in de kiem bent. Daar komt veel geduld, volharding, werk en ....een grote portie geluk bij kijken. Ik ben een tevreden man omdat ik mijn jeugddroom heb kunnen verwezenlijken, omdat ik dat heb kunnen doen waarvan ik altijd het gevoel heb gehad dat ik om die reden hier rondloop.

In uw bedankspeech benoemde u het rare feit dat Nederlandse en Vlaamse schrijvers niet te koop zijn in het buurland. Wat is hiervoor de reden volgens u? 
Ik heb in die speech gezegd dat ik geen flauw idee heb hoe dat komt en dat er volgens mij ook geen logische verklaring voor te vinden is. Onze boekhandels puilen uit van Zweedse, Noorse, IJslandse, Engelse misdaadromans, maar de boeken uit het buurland - in dezelfde taal geschreven nota bene - ontbreken meestal. Dat is de trieste werkelijkheid en het wordt tijd om daar iets aan te veranderen. Per slot van rekening hebben we er allemaal - Nederlanders zowel als Vlamingen - baat bij dat aan deze toestand een eind komt.

Hoe zouden we dit kunnen oplossen?
Wel, dit interview op een Nederlandse thrillerlezersblog is al een kleine stap in de goede richting. Ik heb in mijn speech trouwens gezegd dat ook de pers een belangrijke rol kan spelen. Als journalisten boeken uit het buurland recenseren, dan komen die automatisch onder de aandacht van het publiek. Als daardoor bij mensen interesse ontstat, zullen zij in de boekhandel naar die romans beginnen vragen, met als gevolg dat ze ook door die boekhandels worden ingedaan. Op dat ogenblik is de bal aan het rollen. Wat er vervolgens gebeurt, hangt af van hoe de boeken gesmaakt worden, maar de aanzet is tenminste gegeven.

Welke Vlaamse boeken, naast uw boeken natuurlijk, zouden de Hollanders eens moeten proberen om te ontdekken wat voor pareltjes er zijn?
Als ik nu namens noem, vergeet ik er wellicht een paar, dus daar begin ik niet aan. Maar elk jaar staan er ook één of meer Vlamingen op de shortlist van de Gouden Strop. Dat gebeurt alleen als hun boeken de moeite waard zijn. Misschien kunnen Nederlanders daar alvast mee beginnen.

De schrijfster Linda Jansma is een trouw pleiter voor uw boeken. In onze Facebookgroep promoot ze uw boeken. Hoe fijn is dat? Kent u haar en haar boeken?
Linda Jansma is één van de eersten die mijn werk in Nederland onder de aandacht heeft gebracht en daar zal ik haar altijd dankbaar voor zijn. Ik heb haar op de avond van de prijsuitreiking ontmoet, samen met haar vriendin Puck, ook een enthousiaste fan. Ik heb de twee dames uitgenodigd in Leuven. Ze krijgen van mij een rondleiding langs alle belangrijke locaties die aan bod komen in de romans met Thomas Berg. Het wordt vast heel leuk.

Leest u zelf graag thrillers/spannende boeken?
Als ik daar tijd voor vind. Er is zoveel dat ik wil lezen. Maar ik vertrek nooit op vakantie zonder een paar spannende boeken. Vorig jaar was ik op Kreta. In mijn koffer zat onder meer een roman van Charles den Tex, Jo Nesbø en Michael Berg.

Voor de mensen die uw boeken nog niet kennen, welke raadt u aan om mee te starten?
Eerst even zeggen dat de boeken niet in chronologische volgorde gelezen moeten worden. Hoewel alle romans Thomas Berg als hoofdpersonage hebben, staat elk verhaal volledig op zich. Twee boeken zijn ooit genomineerd voor de Gouden Strop: Getekend vonnis en De mythe van Methusalem. Daarmee kunnen lezers alvast starten. Persoonlijk vind ik Tot de dood ons scheidt en vooral Vermoorde onschuld twee van de beste uit de reeks.

U schrijft misdaadromans in plaats van thrillers. Wat maakt voor u het verschil?
Bij een thriller komen actie, sensatie, spanning, geweld op de eerste plaats. Een roman - en dus ook een misdaadroman - heeft andere prioriteiten. Hij moet vooral literair op niveau zijn. Dat wil zeggen dat de stijl erg belangrijk is. Dat de personages op een psychologisch verantwoorde manier zijn uitgediept. Dat de dialogen vlot en goed geschreven zijn. Dat het verhaal zich eventueel afspeelt tegen een cultuur-historische achtergrond die het boek een extra dimensie geeft die bij een pure thriller van minder belang is. Wat beide genres wel gemeenschappelijk hebben, is spanning. Een goede misdaadroman moet ook een pageturner zijn.

Uw eerste boek rondom uw vaste hoofdpersoon Thomas Berg is gebaseerd op een weddenschap. Wat won u met deze weddenschap doen het eerste deel verscheen?
Mijn dochters hebben mij in Turkije uitgedaagd om een misdaadroman te schrijven met als inzet een fles Veuve Clicquot, niet toevallig de lievelingschampagne van Thomas Berg. Bij het schrijven van die eerste roman merkte ik dat het genre me lag en toen mijn hoofdpersonage in de smaak viel bij het publiek, ben ik op de ingeslagen weg voortgegaan. Mijn dochters zijn trouwens goede verliezers. Bij elke nieuwe roman krijg ik van hen een fles Veuve Clicquot. Dat is intussen een traditie geworden.

Welk boek zou u graag geschreven willen hebben?
Er zijn zoveel goede romans die ik op mijn conto zou willen schrijven. Maar als ik er toch eentje moet noemen, zal ik een Nederlandse kiezen. De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch. En ja, laat ik er nog Kaplan van Leon de Winter aan toevoegen.

Hoe lang werkt u aan een boek? En waar schrijft u het liefst (welke plek) en hoe (muziek of juist niet)?
Ik werk bijna een jaar aan een boek. Van de 52 weken schrijf ik er 50. De twee andere ga ik op vakantie. Ik schrijf nagenoeg elke dag: week-, zon- en feestdagen. En alleen 's ochtends, aangezien ik een baan heb en mijn hersenen 's avonds niet tot de nodige creativiteit in staat zijn. Het voordeel is dat ik maar vier uur slaap nodig heb. Voor ik naar het werk vertrek, heb ik minstens drie à vier uur geschreven. Altijd op dezelfde plaats: mijn werkkamer op de eerste verdieping, en zonder muziek, telefoon of internet. In alle rust en stilte dus, bijna als een middeleeuwse kopiist in een klooster, behalve natuurlijk dat ik een tekstverwerker gebruik.

U bent naast schrijver leraar Nederlands. Wat vindt u het mooiste van het lesgeven?
De interactie met jonge mensen. Hen in contact brengen met de wereld van literatuur en poëzie. Hun ogen doen opengaan voor dingen die ze anders misschien nooit zouden leren kennen. Hen laten proeven van al het moois dat onze taal en onze cultuur hebben voortgebracht. Hen ertoe aanzetten om op dat vlak zelf op zoek te gaan naar wat hen ontroert, aanspreekt, hongerig maakt naar meer.

Kennen uw leerlingen uw boeken? Of moeten ze verplicht op de leeslijst (grapje)?
Ik zet mijn boeken nooit op de leeslijst, dat vind ik een vorm van belangenvermenging. Maar er zijn leerlingen die mijn boeken lezen. Sommigen spreken me daarover aan, van anderen kom ik pas later, als ze afgestudeerd zijn, te weten dat ze mijn boeken al lazen toen ze nog les kregen van mij.

Gebruikt u ervaringen uit het lesgeven in uw boeken?
Dat heb ik één keer gedaan. In Het oog van de naald. Die roman speelt zich af op een middelbare school. Het spreekt voor zich dat ik nooit minder research voor een boek heb moeten doen dan die keer.

Staat er een opvolger van De mythe van Methusalem te trappelen?
Die opvolger is er al, aangezien De Mythe van Methusalem in 2014 is gepubliceerd. In maart van dit jaar is Vermoorde onschuld verschenen. Daarin heb ik ook een achtergrond gebruikt die ik goed ken, want de belangrijkste tegenstander van Thomas Berg in dit boek is een schrijver van misdaadromans. Dat levert een intrigerend kat-en-muisspel op tussen beide personages, waarbij de lezer voortdurend geconfronteerd wordt met de vraag: is dit fictie of realiteit? Zoals ik hierboven al zei, vind ik het één van de beste romans uit de reeks en de meeste lezers gaan daarmee akkoord. Wie De mythe van Methusalem graag gelezen heeft, moet dit boek zeker eens proberen.

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *