Blauwe Maandag
Thrillerlezers 31 december 2015
1. * Vigo * De Britse psycholoog Cliff Arnall scheen er een aparte formule voor te hebben bedacht. Een ingewikkelde vergelijking met variabelen en vaste constanten voor onder andere het weer, schuldgevoel en hoe goed goede voornemens nog werden volgehouden. Telde je al die waarden bij elkaar op, vermenigvuldigde je het een met het ander en hield je je aan de rekenregels, dan kon je bepalen hoe depressief je was op 18 januari. Volgens Arnall de meest depressieve dag van het jaar: Blue Monday. Wiskundige formule of niet, je kon niet om het feit heen dat Stephanie van Loon een slechte dag had. Dat de achttiende januari voor haar niet zo zeer een 'blauwe maandag', als wel een rode woensdag was geworden, maakte daarvoor weinig verschil. Haar slechte dag begon ergens tussen half drie 's nachts en half zeven 's ochtends, volgens patholoog-anatoom Irina Molinev, die er zo haar eigen wiskundige formules en ingewikkelde rekenregels op na hield. Rond dat tijdstip werd Stephanies schedel met grof geweld ingeslagen. De klap was zo danig hard geweest, dat er een werkelijk schitterend sproeipatroon was ontstaan in de tot dan toe maagdelijk witte sneeuw, waarop Van Loon was neergevallen. De rode spetters deden denken aan het werk van Jackson Pollock, alleen gebruikte Pollock meer kleuren dan alleen wit en rood. 'En nu?' Zo te horen kon zijn nieuwe collega het kunstwerk minder waarderen. Hij vroeg zich af of het jonge grietje ooit wel van Arnall of Pollock had gehoord. Waarschijnlijk niet. Het kind zat overduidelijk nog in haar Belieberfase, net als zijn vijftienjarige dochter. Soms kon hij zich oud voelen, terwijl hij de veertig nog moest aanraken. Toen zijn chef hem had opgezadeld met agente Schonenbeek, had hij eerst gedacht dat het een grapje was. Maar de baas was bloedserieus geweest. Daarbij, zo werd hem op het hart gedrukt, was Agnes Schonenbeek inderdaad de dochter van procureur-generaal Schonenbeek. Dezelfde PG die, naar verwachting, bij de komende verkiezingen een gooi zou doen naar het ministerschap en daarbij aan het hoofd van het ministerie van Veiligheid en Justitie zou komen te staan. Datzelfde ministerie waaronder ook hun tak van het gerechtelijke speelveld viel. 'Rechercheur Caspers? Vigo? Wat doen we nu?' 'Nu, agent Schonenbeek, gaan we ervoor zorgen dat onze plaats delict niet besmet raakt.' Hij pakte Agnes bij haar schouder en dwong haar een paar passen naar achteren. De neus van haar laarzen raakten bijna de rand van het sproeipatroon, de afdrukken duidelijk zichtbaar in de sneeuw. In het felle licht van de in de haast opgezette lampen zag hij haar wangen kleuren. Net zo rood als het bloed van Stefanie van Loon. 'Casper, ik heb alles wat ik nodig heb. Kan het lichaam overgebracht worden naar het lab?' Irina Molinev knikte naar het 'Stilleven in sneeuw', zoals hij deze dood besloot te noemen. Iedere gruweldaad die hij in zijn carrière tegenkwam, gaf hij een titel. In dood school schoonheid, als je tenminste verder kon kijken dan de eerste laag ellende. 'Is goed, we zijn je daar wel.' Met een knikje nam hij afscheid van Molinev en richtte zich tot Agnes. 'Wij zijn voorlopig klaar, hier. En ik ben wel toe aan een kop koffie en warme voeten.' Zonder te wachten liep hij naar de auto die even verderop in de berm geparkeerd stond. Hij had net het portier gesloten, toen Agnes naast hem instapte. * Agnes * De verwarming in de auto verdrong de kou. Ze keek naar buiten terwijl Vigo naast haar het bospad af reed en de stille weg op draaide. De stilte maakte dat haar hersenen overuren draaiden. Stefanie van Loon was drieëntwintig. Net zo oud als zijzelf. In een dorp zou groot als dat van hen, zou ze een leeftijdsgenoot toch moeten kennen? Toch zei de naam van de dode vrouw haar niets. Of ze Stefanie herkende of niet, daar kon ze geen uitspraak over doen. Het gezicht was een onherkenbare, vlezige bal, waar bloed, bot en blond haar zich vermengden tot monsterlijke waanzin. Het beeld van Stefanie, of wat Stefanie moest zijn geweest, getuige haar ID-bewijs dat ze in haar rugzak hadden gevonden, danste voor haar ogen. Agnes werd al snel wagenziek en dit soort taferelen hielpen niet mee om de misselijkheid op afstand te houden. Haar hand trilde iets toen ze naar voren reikte en de radio aandeed. De stem van Sarah Bettens kwam door het geavanceerde geluidssysteem van de Audi. Believe. Agnes deed haar ogen dicht en liet de tekst op haar inwerken. De woorden net hetgeen dat ze nodig had. Een onbedoelde maar o zo noodzakelijke peptalk van een heldin. Tomorrow I was nothing, yesterday I'll be... I believe in me. I believe in me. I. BELIEVE. IN. ME. Ook al doet niemand anders het, ik geloof in mezelf. Ze wist heus wel dat Vigo zo zijn twijfels had over haar. Op de radio zong Sarah rustig door. Time has fooled me into thinking it's a part of me. Nothing in this room but empty space. No me, no world, no mind, no face. No face, Agnes dacht gelijk aan Stephanie. Zoals ze daar in de sneeuw had gelegen, zo zonder gezicht. Een rilling liep over haar rug, welke idioot doet nou zoiets? En weer kwam dat weeë gevoel van misselijkheid omhoog borrelen. Ze draaide het raam een paar centimeter naar beneden om wat frisse lucht binnen te laten. ‘Diep ademhalen Schonenbeek, even vasthouden en dan langzaam uitblazen’. ‘Je ziet een beetje pips, dit is toch niet je eerste lijk?’ ‘Snel wagenziek.’ Agnes haalde nog een keer diep adem. ‘Het gaat nu wel weer.’ 2. *Vigo* Met een behendige draai stuurde Vigo de auto het parkeervak voor het bureau in, stapte de auto uit en liep richting de ingang terwijl hij met zijn linkerarm iets naar achteren het autoalarm activeerde. Toen dat alarm onmiddellijk daarna afging draaide hij zich om. Er ontsnapte een hoorbaar een zucht. ‘Schonenbeek, opschieten.’ Agnes liep met schaamrode wangen snel achter Vigo aan. Opnieuw activeerde Vigo het alarm, met meer succes deze keer. Eenmaal binnen liep hij gelijk door naar de koffieautomaat. Hij dankte God op zijn blote knieën dat er geïnvesteerd was in een van de betere machines. Hier kwam echt lekkere koffie uit en hij wist dat er nog heel veel bakkies gedronken zouden worden voordat ze de dader van Stephanie’s moord hadden gevonden. Hij pakte een plastic bekertje en drukte op de espressoknop en met een zoemend geluid vulde het bekertje zich met het teerzwarte vocht. Lekker! ‘Wat wil jij, Schonenbeek?.’ ‘Doe mij ook maar een espresso.’ Dat viel hem niet tegen dat Agnes ook van de pittige koffie hield, ze was geen ‘melkmuil’ qua koffie in ieder geval. Hij gaf Agnes haar koffie en liep gelijk door naar zijn kamer. Agnes volgde hem op de voet. ‘Ik wil dat je uit gaat zoeken wie Stephanie van Loon precies was, waar ze werkte, haar vrienden, vijanden, familie, hobby's, haar favoriete drankje etc. Echt alles wat je over haar kan vinden.’ ‘Als een luizenkam door een flinke bos haar, ik wil dat je niks mist.’ Zonder haar reactie af te wachten pakte hij de telefoon en belde Irina. ‘Is ons lijk er al?’ ‘Mooi, dan kom ik er zo aan.’ En met een ‘Ik ben weg’ tegen Agnes liep hij de kamer uit. *Agnes* Ze keek hem na terwijl ze een slok van haar espresso nam. Snel logde ze in met haar password op de beveiligde internetsite van de KLPD en daarna op het TOR-netwerk. Haar zoektocht naar informatie over Stephanie van Loon zou hierdoor niet direct getraceerd kunnen worden. Stephanie van Loon typte ze in de zoekbalk. Er kwamen vier Facebookprofielen tevoorschijn, waarvan eentje van een Stefanie van Loon was en eentje van een Stéphanie van Loon. Ze klikte op de eerste link. Een Facebook zoekpagina opende zich met daarop nog meer profielen van de diverse Stephanies. Ze liet haar blik over de profielfoto’s gaan, bij de foto van een jonge blonde vrouw stopte ze abrupt. Steffie... Het was Steffie. Ze herkende de vrouw gelijk als Steffie, zoals ze op het Willem van Oranjecollege genoemd werd. Daarom had ze de naam gelijk niet herkend. Haar achternaam had ze nooit geweten, maar de herinnering aan de Steffie die altijd bij de jongens uit de oudere klassen hing was ze niet vergeten. En bij hangen bleef het niet alleen. Ze had destijds meerdere malen de jongens horen opscheppen dat ze het met Steffie gedaan hadden. Snapte nooit dat ze er zo over op moesten scheppen. Het was immers maar een kleine moeite om Steffie het bed, of doodlopende steeg, in te krijgen. Ze had Steffie ook nooit zo gemogen. Ze hield niet van die sletterige meiden. Agnes herinnerde zich plots ook nog dat er toen ze een jaar of 15 was het verhaal ging dat Steffie zwanger was, maar ze kon zich niet herinneren of ze Steffie ooit met een dikke buik had gezien en of ze Steffie überhaupt nog terug had gezien tot vandaag dan. En nu was Steffie dood. Gruwelijk vermoord. *Vigo* Vigo besloot de trap maar weer eens te nemen naar de kelder, waar het rijk van Irina zich bevond. Hij hoopte op die manier zijn six-pack in stand te kunnen houden. Na de feestdagen had hij het gevoel dat er een klein vetlaagje op zijn buik aan het ontstaan was en tja hij was altijd nogal trots op zijn goddelijke lichaam, maar hij merkte wel dat het met het klimmen der jaren moeilijker werd om het zo goddelijk te houden. Hij begroete Irina hartelijk met een 'goedemiddag schone meid'. Hij kende haar inmiddels al een jaar of wat en altijd volgde op zijn goedemiddag, of morgen, naar gelang van het tijdstip van de dag, de woorden 'schone meid'. Vanaf de eerste dag had hij een oogje op haar gehad, maar zijn avances en strakke lichaam maakten op haar geen indruk. Later bleek waarom. Irina was meer van de vrouwen. Irina had het lichaam van Stefanie afgedekt met een laken en sloeg het laken open toen ze met Vigo bij de baar aangekomen was. Vigo was inmiddels wel wat gewend, maar hier schrok hij toch wel erg van. Het gezicht was totaal onherkenbaar. Met moeite kon je nog zien waar haar neus gezeten moest hebben. Wat niet vaak voorkwam gebeurde nu wel, een misselijk gevoel kwam bij hem op en hij sloeg dan ook snel het laken over het hoofd terug. Irina zei: "Zo erg heb ik het geloof ik ook nooit gezien". Vigo kon alleen maar knikken als antwoord. Irina ging verder: "Ze moet wel met iets zwaars geslagen zijn door een sterk persoon om dit zo voor elkaar te krijgen. Mogelijk heeft ze zelfs al op de grond gelegen en heeft ze haar dood in de ogen gekeken, toen de moordenaar het voorwerp boven haar hoofd hield. En op haar gezicht liet vallen. Eigenlijk lijkt me dat nog het waarschijnlijkste, maar ik moet nog even uitzoeken wat het verschil in verwonding zal zijn met een voorwerp waarmee geslagen wordt of een vallend voorwerp". Irina ratelde maar door en Vigo had moeite zijn aandacht erbij te houden. Hoe komt het toch, dat deze vrouw bij hem iets losmaakt. Zoveel slachtoffers al gezien en bij haar kreeg hij sterk het gevoel, dat zij hem heel bekend voor kwam. Geen idee echter waarvan. Hij hoopte dat Agnes snel meer informatie over haar zou vinden, zodat ze de nabestaanden in konden lichten. * Agnes* Shit, nu moet ik toch naar beneden met mijn informatie over Steffie. Maar ik wil haar niet nog een keer zien, ruiken en het idee dat ze onder handen genomen wordt door een scalpel … de meeste vreselijke beelden kwamen op haar netvlies en terwijl ze rennend naar het dichtstbijzijnde toiletruimte bijna struikelt, ziet ze Vigo aan komen lopen. Ze rent keihard verder en is nog net op tijd. Hij zal me wel een watje vinden, maar verdorie ik kende Steffie! Bezweet en totaal overstuur hangt ze over de wasbank en probeert ze haar gezicht te koelen met het stromende water als er keihard op de deur wordt gebonsd: “Agnes, verman je en kom naar buiten.” Hoewel ik niets liever wil, dan professioneel zijn, is dat wel heel moeilijk als dit de eerste zaak is waar ik aan moet werken. Maar ik wil me niet laten kennen en moet helpen uitzoeken wat er met Steffie is gebeurd. Zodra ze de deur open doet, ziet ze aan het gezicht van Vigo, dat er iets helemaal niet goed is. “Agnes, kom mee. Er is een lichaam gevonden van een kind …” * Vigo* Hoewel hij het beeld van Stefanie niet uit zijn hoofd kan krijgen, moet hij zich nu concentreren op de weg. Ze rijden met grote snelheid naar de plaats waar het lichaam van het kind is gevonden. Er schijnt een kleiner kind bij te zitten, dat alleen maar de naam van zijn zusje snikt. Hij probeert Agnes wat af te leiden, maar ineens komt ze met een schokkende uitspraak: “Ik heb Stefanie van Loon gekend. Ze heette Steffie op school en is volgens de geruchten rond haar 15e zwanger geraakt. Zou het kind van haar kunnen zijn?” Vigo draaide zich bruusk naar zijn collega toe, waardoor de auto even naar de kant van de greppel laveerde. Hij corrigeerde snel en keek dan weer strak voor zich uit. ‘Jij kent haar dus,’ zei hij met licht ongeloof in zijn stem. ‘We hebben vroeger samen op het Willem van Oranjecollege gezeten.’ ‘Van toeval gesproken.’ Hij dacht even na over deze onthulling terwijl hij het smalle bospad indraaide dat hen na enkele minuten bij de plaats delict zou brengen. ‘Waarom denk je dat dit kind van haar zou kunnen zijn?’ ‘Zeker weet ik het natuurlijk niet, maar ze werd op haar vijftiende zwanger. Het was destijds een schandaal en ze werd van school gestuurd. Je kent die mentaliteit wel…’. ‘Hou de details maar voor later, Agnes. Eerst moeten we vaststellen wie dit slachtoffertje is. ‘ Hij parkeerde de auto voor het gele lint dat rond de plaats delict gespannen was. Het tafereel leek irreëel. Agenten in uniform liepen heen en weer als kippen zonder kop. Op een vouwstoeltje zat een blonde vrouw met piekjeshaar dat een jongetje van ongeveer vijf in haar armen wiegde. De tent die over het slachtoffer was geplaats, lichtte op onder het flitslicht van de camera. Hij had al vaak met moorden te maken gehad, maar een kind was toch telkens iets anders. Hij voelde woede in zich opkomen, woede die hij nooit voelde bij volwassen slachtoffers. Het was propvol in de bekrompen tent. Twee mannen van de technische recherche waren druk bezig met vingerafdrukken. Een derde maakte foto’s. Een vierde draaide een video van de gebeurtenissen. De assistent van patholoog Irina Molinev zat gebogen over het lichaam met zijn rug naar hen toegekeerd. Op een blauw zeil lag het lichaam van een kind, niet ouder dan zeven. Op het eerste gezicht leek het te slapen, blond engelenhaar rond haar gezichtje. Maar de grauwheid van haar huid en het aangekoekte bloed op haar voorhoofd bewezen het tegendeel. De pathologisch assistent draaide zich naar Vigo en Agnes toe. Hij leek op een uit de kluiten gewassen puber en paste helemaal niet in dit lugubere plaatje. Ondertussen flitste de camera. Vigo wreef met zijn hand over zijn vermoeide gezicht en keek naar Agnes die haast onbeweeglijk naast hem stond. ‘Is de identiteit van het kind bekend?’ vroeg Vigo aan de rechercheur die hem de oudste in rang leek. ‘Het enige wat we weten is dat ze Sybil heet. Dat is tenminste de naam die haar broertje maar bleef herhalen. De sociale werkster heeft hem onder haar hoede genomen. Misschien heeft hij haar iets meer verteld, hoewel ik dat betwijfel.’ Vigo richtte zich nu tot de assistent patholoog. ‘Enig idee hoe lang ze al dood is?’ Hij probeerde zijn stem professioneel en onbewogen te laten klinken, maar lukte daar slecht in. De man schudde zijn hoofd. ‘De lichaamstemperatuur is al met vier graden gedaald. Onder normale omstandigheden zou ze dan vier tot vijf uur geleden moeten gestorven zijn, maar met dit koude weer is dat niet echt een aanwijzing. Morgen zal dokter Molinev de autopsie doen.’ Een plotse beweging deed Vigo opkijken. Agnes draaide zich om en strompelde de tent uit, een hand tegen haar mond gedrukt. *Agnes* Ze voelde een golf van misselijkheid opkomen, maar volgde Vigo onder het gele afsluitingslint door. De bevroren sneeuw knisperde onder haar laarzen. Ze hoopte maar dat de technische recherche het terrein al had onderzocht op voetsporen. Daar was het anders nu wel rijkelijk laat voor. Ze beefde, maar niet alleen van de kou die tot in haar botten doordrong. Even keek ze naar de blonde vrouw op een vouwstoeltje dat sussend tegen een jongetje sprak. Ze had een wollen deken om hen beiden heengeslagen maar het kind beefde als een riet. Hoe lang had hij naast het lichaam van zijn overleden zusje gezeten? Wat had hij gezien? Vragen waar voorlopig nog geen antwoorden op waren. Vigo hield het tentzeil voor haar open en ze stapte langzaam naar binnen. De brede rug van haar chef benam haar het zicht en heel even was ze daar dankbaar voor. Maar het onvermijdelijke werd slechts met enkele seconden uitgesteld. De adem stokte in haar keel. Gebiologeerd staarde ze naar het kleine lichaampje op het blauwe zeil. Ze kon zich amper verroeren. In een waas hoorde ze Vigo vragen stellen, maar de antwoorden drongen niet tot haar door. Zo dadelijk zou ze uit deze nachtmerrie ontwaken en als ze een beetje geluk had, zou ze zelfs vergeten wat ze had gedroomd. Maar dit was de ruwe werkelijkheid. Een jong kind, levenloos op de bevroren grond. Zelfs de beste politieschool kon je niet voorbereiden op dergelijke situatie. De misselijkheid kwam nu opzetten met een kracht die haar deed ineenkrimpen. Terwijl ze haar hand voor haar mond hield, snelde ze de tent uit. Even later braakte ze met onbeheersbare golven haar maaginhoud uit tussen de struiken. *Vigo* Vigo liep de tent uit en zag Agnes naast de tent voorovergebogen staan. Ze veegde haar mond af met de mouw van haar linkerarm. ‘Kom op, Agnes. Als je bij elk lijk dat je tegenkomt gaat overgeven, moet je je misschien eens afvragen of dit het juiste beroep voor je is.’ Hij probeerde zich van zijn eigen misselijkheid af te leiden en reageerde zijn woede af op Agnes. ‘Nou zeg, wat vriendelijker mag ook wel. Alsof jij zo'n koele kikker bent, heb je al eens in de spiegel gekeken. Je ziet bijna net zo bleek als dat jongetje daar,’ zei ze knikkend naar het kleine kereltje. Ze besefte dat ze misschien wat te grof reageerde, maar een beetje afbijten zou geen kwaad kunnen. Vigo draaide zich naar het jongetje, die hard snikkend in de armen van de maatschappelijk werkster stond. Met moeite onderdrukte Vigo een glimlach. “Kijk, eentje die van zich afbijt. Dus niet alleen de koffie is pittig.” Vigo zakte voor het jongetje door zijn knieën en keek omhoog naar de vrouw die hem stevig vasthield. Haar kalmerende woorden hadden hun uitwerking niet gemist en hij oogde al rustiger dan toen ze hem vanaf het bospad hadden gezien. De stevige vrouw had moeite haar tranen in bedwang te houden en rilde bij net zo hard van de kou als het ventje. ‘Hoi. Mijn naam is Vigo, ik ben van de politie. Wat is jouw naam?’ Het jongetje kroop nog dichter tegen de vrouw aan en trok de wollen deken over zich heen. Op zijn dikke winterjas zaten bloedspetters, maar hij oogde niet gewond. ‘Gaat het een beetje? Volgens mij heb je het heel koud, hé.’ Vigo probeerde het ijs te breken, maar omgaan met kleine kinderen was nooit zijn sterkste punt geweest. Te weinig geduld en teveel herhalingen, twee zaken die niet samengaan. Annemieke was daar veel beter in geweest, tot de puberteit toesloeg en Evelien aan hem ging hangen. Nu waren ze niet meer van elkaar te scheiden. Een echt papa's kindje. Annemieke was daar regelmatig verbolgen over. ‘Hij heet Daniël,’ antwoordde de maatschappelijk werkster, ‘en hij is zoveel jaar, zei ze terwijl ze haar hand omhoog stak met alle vijf de vingers gespreid.’ Ze boog zich voorover en keek Daniël met een glimlach aan. ‘Toch?’ Daniël staarde naar de grond en knikte weinig zichtbaar. ‘Hoi, Daniël. Kun jij vertellen wat er gebeurd is?’ Agnes draaide bijna hoorbaar met haar ogen. “Het is ook echt een man ook, snapt niets van een kind” dacht ze bij zichzelf. ‘Sybil.´ Daniël wees in de richting van de tent. ‘Sybil. Is dat je zusje?’ vroeg Vigo. Daniël knikte. ‘Sybil, zus.’ Meer kwam er niet uit. ‘Weet u misschien bij wie Daniël hoort, kent u zijn ouders?’ probeerde Vigo bij de maatschappelijk werkster. Bij het kind kwam hij geen steek verder. ‘Bep Waas, ook aangenaam,’ antwoordde de maatschappelijk werkster enigszins geïrriteerd bij het uitblijven van een hand. ‘Ik persoonlijk niet, maar het zou kunnen dat ze bij ons geregistreerd staan. Ik ben gebeld omdat ons telefoonnummer werd gevonden in de jaszak van het jongetje, dat betekent dat ze bij ons bekend moeten zijn. We hopen uit te kunnen vinden wie het zijn aan de hand van hun voornamen.’ ‘Uitstekend, dat lijkt me een prima punt om te beginnen.’ Vigo stond met een kreun op en draaide zich om naar Agnes. ‘Kun jij met….’ hij zocht naar de voornaam van de maatschappelijk werkster. ‘Bep,’ vulde Agnes aan. ‘Kun jij met Bep en Daniël mee om te kijken of je kunt helpen? Het lijkt mij beter om Daniël hier weg te halen, het lijkt me al traumatisch genoeg met wat hij heeft meegemaakt. Aan de ene kant hoop ik dat hij niet teveel heeft gezien.’ ‘Prima, dan ga ik naar Irina. Misschien dat zij ondertussen wat meer te weten is gekomen over mevrouw van Loon.’ ‘Van Loon zegt u?’ vroeg Bep Waas. ‘Stephanie van Loon, inderdaad. Deze naam zegt u wel wat?’ Vigo reageerde verbaasd op de plotselinge alertheid van de vrouw. ‘Zeker. Mevrouw van Loon is een goede bekende van ons, in negatieve zin.’ 3. *Agnes* Agnes reed met Bep en Daniël naar het GGZ centrum, een half uurtje rijden van de plek waar Sybil en Daniël gevonden waren. Hoewel de misselijkheid haar keel dichtkneep, wist ze zichzelf groot te houden. Ze zat met Daniël op de achterbank, de jongen zat dicht tegen haar aan gekropen. Zijn jas was in beslag genomen en geseald om het bloed te kunnen vergelijken met dat van het meisje. Wie weet zaten er nog sporen op die van geen van beiden waren. ‘De Onschuldige Sneeuwengel’. Vigo werd steeds luguberder met zijn werktitels. Agnes snapte niet zo goed waar die bizarre behoefte vandaan kwam om elke zaak maar een titel te geven, alsof hij van elke zaak een boektitel verzon voor latere publicatie. Het eerste hoofdstuk zou gaan over een oudere man die zijn hond aan het uitlaten was in het bos en die een verdwaald jongetje tegenkwam op een bospad. Hij had proberen te achterhalen wie het jongetje was en wat hij daar zo alleen deed, maar deze wist niet meer dan ‘zus’ uit te brengen. In een jaszak had hij een telefoonnummer gevonden die zat vastgenaaid aan de voering, met zijn mobiel had hij aan de rand van het bos contact weten te kregen. Terwijl hij Bep vroeg om naar het bos te komen, sloeg de hond aan. Deze stond verderop in de diepe sneeuw te blaffen. Met het jongetje aan de ene hand en de mobiel in de andere, liep hij in de richting van het geblaf en zag dat er wat voor de hond in de sneeuw lag. In eerste instantie dacht de man nog dat de hond een haas te pakken had, maar al snel werd duidelijk dat het object daar te groot voor was. De gruwelijke ontdekking van het meisje had een diepe indruk gemaakt op de oude man. Al snel arriveerden de hulpdiensten, Bep kwam niet veel later. Ambulancepersoneel hadden Daniël onderzocht op verwondingen maar niets gevonden. De bloedsporen moesten van zijn zusje zijn. De oude man werd voor de zekerheid apart genomen en traumahulp aangeboden. De gedachten dat Daniël zo dicht bij zijn zusje heeft gestaan dat er bloedsporen op zijn jas terecht waren gekomen was te gruwelijk voor woorden. Ze hield de jongen nog net een stukje steviger vast. Als ik niet bang ben, hoef jij het ook niet te zijn. Of Sybil daadwerkelijk in contact was gekomen met een object moest nog worden onderzocht, het is een bosrijke omgeving waar ze was gevonden dus een aanval van een wild dier kon niet worden uitgesloten maar de hoofdwond suggereerde kwade opzet. De autopsie zou ook daar uitsluitsel over moeten geven. Of de twee zaken met elkaar te maken hadden moest snel duidelijk worden voor er sporen verloren zouden gaan. Op voorbarige conclusies zat niemand te wachten, een open geest is wat nodig is in dit beroep. Ze besefte dat eigenlijk te laat nadat ze aan Vigo had verteld dat Steffie een bekende was en dat het kind van haar zou kunnen zijn. Het was een gevoel, zonder enige vorm van onderbouwing. ´Feiten, je moet je aan de harde feiten houden´ zei haar vader altijd. *Vigo Zijn ijskoude handen schuurde hij langs elkaar en vouwde ze daarna ineen om er eens flink in te blazen. De warme adem verwarmde zijn doorgestoken vingers. Net toen hij de plaats delict wilde verlaten voelde hij trillen in zijn broekzak. Op het scherm van zijn mobiel las hij; Evelien. Een diepe zucht ontglipte over zijn lippen. Die meid had een beroerde timing! Het irriteerde hem, maar hij nam op om haar te zeggen dat ze ongelegen belde. Ondertussen kroop hij onder het lint door en knikte naar de collega’s die er stonden om de plaats delict te bewaken. Arme stumpers, uren in de kou blauwbekken. Naast het brengen van slecht nieuws was bewaken toch wel het minst leuke geweest van zijn tijd in het blauw. ‘Ik wil alleen vragen of ik vannacht bij Sas mag logeren. Het concert is gecanceld en nu willen we gewoon chillen.’ Ze wist dat haar vader Sas niet mocht, maar Saskia, zoals ze officieel heette, was haar beste vriendin. Een meid die geen blad voor haar mond nam en meer make-up droeg dan Boy George in verloren tijden, had haar vader gezegd. ‘Waarom gaat dat optreden niet door?’ Vroeg hij, alsof het hem ook maar één moer kon schelen. De muziekkeuze van zijn dochter was van een ander genre dan hij prefereerde. De band Skinny jeans, wiens muziek niet aan te horen was, had het nooit verder geschopt dan de regio (wat hij dan wel weer begreep). ‘De zangeres wordt vermist.’ ‘Hoe weet jij dat?’ ‘Staat op hun website.’ ‘Caspers!’ Vigo draaide zich om en zag de jonge geüniformeerde collega gebaren. De snotneus, kwam net van de opleiding, maar had een attitude alsof hij al jaren brigadier was. Vigo stak twee vingers in de lucht en knikte. ‘Evelien? Ben je er nog?’ ‘Mag het dan?’ ‘Wat?’ ‘Logeeeeren!’ ‘Ja jah. Evelien?... Hoe heet die zangeres?’ Hij klemde zijn mobiel tussen zijn oor en schouder en zocht naar een klein memoblokje en pen in zijn jaszak, terwijl hij zich omdraaide en terugliep over zijn eigen gemaakte voetstappen. Vluchtig krabbelde hij bijna onleesbaar Skinny FETS en verbrak de verbinding. Een kop warme chocolademelk of hete dampende koffie zou hem nu wel kunnen bekoren. Hij zette de kraag van zijn jas rechtop zodat zijn oren beter beschermd waren tegen de kou, gooide zijn hoofd achterover en keek de agent vragend aan. ‘U bent rechercheur Caspers?’ ‘Helemaal’, klonk hij nogal kribbig en keek oneerbiedig op zijn horloge. ‘Ik ben zojuist gebeld door Betsy.’ Vigo fronste zijn wenkbrauwen en trok zijn kin op zijn borst. ‘Die van de receptie? Ze heeft een echtpaar aan de balie staan die de vermissing van hun kinderen willen melden.’ *Agnes De rit voelde ongemakkelijk. Daniël had zijn hoofd op haar schoot gelegd en was in slaap gevallen. Bep zweeg de gehele reis en Agnes begreep niet goed wat van haar verwacht werd. Noch van Vigo noch van Bep. Ze had het gevoel dat Vigo haar had willen lozen. Ze wist ook wel dat ze niet dezelfde ervaring had als hij, maar ze was leergierig genoeg. Als ze haar bleven buitensluiten zou ze haar vader inlichten. Eens zien wie de langste adem had en wat ervaring waard was. Het GGZ gebouw was een modern uit glas opgetrokken gebouw midden in de stad. Heel wat anders dan het aftandse politiebureau in het dorp. Ze tilde Daniël voorzichtig uit de auto en volgde Bep naar een ruimte die er huiselijk en knus uitzag. Een vriendelijke dikke moeke nam Daniël van haar over en legde hem op een bank. Heel even vroeg ze zich af of ze bij de GGZ geselecteerd werden op gewicht en zag haar kansen vervlogen. Daarna volgde ze Bep naar de koffiekamer. De temperatuur in de auto had haar al opgewarmd, maar koffie ging er wel in. Puur, zonder suiker en melk dan smaakte de koffie het best. Bep sloeg over en verontschuldigde zich. Daar zat ze dan. En nu? Ze nam haar mobiel en probeerde Vigo te bereiken. ‘Spreek in na de piep en u wordt zo spoedig mogelijk terug gebeld.’ Super handig die mobieltjes! Minuten schreden voorbij. ‘Rechercheur Schonenbeek?’ Verschrikt keek Agnes op en drukte Candy Crush weg. Verdomme, ze had het level bijna gehaald. Bep verzocht haar mee te lopen. Ze belandde in een kantoor dat overduidelijk Beps tweede huis was. De binnenmuren waren behangen met quiltwerken en vakantiekiekjes, het bureau was een wir-war aan papier en Agnes hoopte dat Bep in haar hoofd wat meer geordend was. ‘Stefanie van Loon’, sloeg Bep met vlakke hand op een dik dossier. *Vigo* De vrouw staart, met een vlekkerig gezicht en een zakdoek krampachtig in haar hand geklemd, naar de grond. De man voert het woord en is overduidelijk minder geschokt door de vermissing. Boos eerder, maar gezien de omstandigheden misschien begrijpelijk. Niet iedereen toont zijn emoties op dezelfde manier. ‘Een miscommunicatie. Mijn vrouw bleef met migraine op bed liggen, dacht dat ik de kinderen naar school zou brengen. Normaal komt de nanny elke morgen om dat te regelen. Ik snap niet waarom die vrouw uitgerekend vandaag vrij was en niemand mij dat verteld heeft!’ De man werpt een beschuldigende blik op zijn vrouw. Met haar ogen nog altijd omlaag gericht, krimpt ze zichtbaar ineen. Ze opent haar mond om wat te zeggen, maar het blijft stil. ‘Meneer van den Berg, laten we niemand de schuld geven. U vertelde aan de receptie dat u een foto van de kinderen heeft. Zou ik die mogen zien?’ Jurgen van den Berg vist uit zijn binnenzak een foto en overhandigd die aan Vigo. Een blik erop is genoeg. ‘Waar denkt u dat de kinderen naartoe zijn gegaan? Is er een familielid in de buurt die ze misschien heeft opgevangen of waar ze uit eigen beweging naartoe zijn gegaan? Heeft u iedereen al gebeld?’ Normaal gesproken zou Vigo ze meteen verteld hebben dat de kinderen gevonden zijn. Iets weerhoudt hem ervan. Er moet eerst uitgezocht worden wie de kinderen heeft meegenomen, wat Daniel weet over de persoon die Sybil heeft vermoord, voordat hij ze confronteert met de dood van hun dochter. ‘Natuurlijk hebben we direct iedereen gebeld! Niemand weet waar ze zijn.’ ‘En u heeft geen idee wie ze zou kunnen meenemen?’ ‘Dat zeg ik toch? Nee. Anders zouden we niet hier zitten.’ Mevrouw van den Berg wriemelt aan haar zakdoek. Een traan biggelt langs haar wang naar beneden. ‘Ik moet een paar telefoontjes plegen. Wilt u misschien wat drinken, een glaasje water?’ Zijn vraag is voornamelijk bedoelt voor de vrouw. *Agnes* Ze staart bedenkelijk naar haar telefoon. Wat Vigo haar net vertelt, klopt met wat ze gelezen heeft in het dossier. De kinderen zijn een aantal keer per jaar met verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Altijd verdachte “ongelukjes”, waar Stephanie zelf geen, of geen goede verklaring voor kon geven. Ook de kinderen ontkenden dat hun moeder ze pijn deed, maar vertelden niet wie dan wel. Uiteindelijk heeft de GGZ besloten ze uit huis te plaatsen en onder te brengen bij het echtpaar van den Berg. Voor de veiligheid van de kinderen. Stephanie was des duivels geweest en heeft veel stennis geschopt. Dat is nu ruim een jaar geleden. De kinderen zijn sinds die tijd niet meer bij een dokter geweest, geen verwondingen meer. Het echtpaar wordt op dit moment door Vigo naar het GGZ gereden. Tussen neus en lippen door heeft hij haar een nieuwe opdracht gegeven. Of ze wil kijken naar de band “Skinny Fets”, omdat hun zangeres wordt vermist. Ze heeft geen idee wat dat met deze zaak te maken heeft. Als hij denkt dat het Steffie zou kunnen zijn, dan heeft hij het mis. Ze kende haar niet zo goed, op haar reputatie na, maar zingen kon ze niet. Dat kan ze zich wel herinneren van muziekles, zo vals als een kraai. Met haar mobieltje zoekt ze op Google naar de naam die Vigo doorgegeven heeft. Geen resultaten, wel van Skinny Jeans. Die zal hij wel bedoelen. Ze opent de website. De band telt vijf leden. Haar mond valt open van verbazing. *Vigo* ‘Zit je nou nog steeds met je neus in die mobiele telefoon? Je lijkt mijn dochter wel.’ Hij weet dat hij een beetje onredelijk reageert. Het zit hem allemaal niet lekker. Het echtpaar reageerde zoals verwacht, alleen Daniel niet. De jongen leek doodsbang toen hij zijn pleegouders zag. Misschien een normale reactie. Het is verdomme niet niks wat hij heeft meegemaakt voor zo’n klein kereltje. ‘Ja. Ik ben de songteksten aan het lezen. Artiesten zingen vaak over hun gevoelens, misschien kan ik eruit opmaken waarom Stephanie van Loon haar kinderen mishandelde. Wie weet was ze wel depressief, of…’ ‘Gek in haar hoofd? Die kinderen zijn beter af waar ze nu zitten. Ik heb ook gezien hoe dik dat dossier is. Wie weet is ze iemand tegen gekomen die niet van kindermishandeling houdt.’ Dat verklaard alleen niet wat er met Sybil is gebeurd, denkt hij bij zichzelf. ‘Zodra we op het bureau zijn vertrek ik naar de kelder. Irina moet ondertussen klaar zijn met de autopsie van het kind. Misschien weet ze al meer over het moordwapen.’ *Agnes* Op het bureau is ze met haar telefoon in de hand in de koffiekamer gaan zitten. Die oude mopperpot kan me wat, dit is zeker relevant voor het onderzoek. Haar maag trekt samen bij het zien van de foto in het gastenboek van de band. Met een vloeiende beweging springt ze van haar stoel. Ze rent hem achterna richting de kelder. ‘Ik denk dat ik weet waarom ze niets vertelde over de mishandelingen, Vigo. We moeten terug naar de GGZ.’ Net voor de trap naar het mortuarium heeft ze hem ingehaald. ‘Kijk!’ Ze houdt haar mobiel een paar centimeter van zijn neus af. Hij pakt hem over en bekijkt de foto goed. De verbazing is van zijn groter wordende ogen af te lezen. In het kort verteld ze over de songteksten. Ze ziet aan zijn gezicht dat hij het verband ook legt. ‘Verdomme, je hebt gelijk. Kom mee! Hij mag geen moment alleen zijn met de jongen.’ *Vigo* ‘Waarom heeft Stephanie van Loon niet eerder wat gezegd? Ze had naar de politie moeten gaan.’ Vigo draait de auto de parkeerplaats van het GGZ op. Met Agnes vlak achter hem, rent hij het gebouw in, naar de kamer van Bep Waas. Hij zwaait de deur open en staat abrupt stil. Alleen Bep en mevrouw van den Berg zitten er. Ze kijken hem verschrikt aan. Agnes botst tegen Vigo op. ‘Waar zijn ze?’ Hij wacht het niet af, rent de gang door. Agnes komt hem achterna. ‘De toiletten, ze zijn naar de toiletten!’ schreeuwt ze hem achterna. Zijn hoofd draait van links naar rechts. Een deur met een poppetje erop aan het eind van de gang! Zo snel zijn benen hem kunnen dragen, gaat hij erop af. Wanneer hij vlak voor de deur is, wil hij naar zijn dienstwapen grijpen. De deur gaat al open. Met een snoekduik laat hij zich op Jurgen van den Berg vallen. *Agnes* Opgelucht dat alles achter de rug is, bestelt ze voor zichzelf en haar partner een dubbele espresso. Ze zitten in de koffiezaak tegenover het bureau. ‘Wat een mazzel dat hij de jongen niets aangedaan heeft in die toiletten.’ Agnes overhandigd Vigo zijn beker. Vigo knikt. ‘Ik denk niet dat hij het in het GGZ aangedurfde. Waarschijnlijk had hij thuis de klus afgemaakt. Wat ik begrepen heb, is dat Daniel pas durfde te vertellen wat er gebeurd is met zijn zusje, nadat die van den Berg in de boeien geslagen was. Hij vroeg nog aan Bep: gaat hij de gevangenis in?’ Ze luistert aandachtig naar haar collega. Nadat hij klaar is met zijn relaas, valt er een stilte, ieder verzonken in hun eigen gedachten. Wat ze begrepen heeft uit de songteksten van Steffie, is dat ze als meisje van vijftien zwanger raakte, nadat ze verkracht was door een knul met rijke ouders. Hij dacht, gezien haar reputatie als slet, dat ze makkelijk te krijgen was. Niets was minder waar, tot aan die bewuste dag, had ze het zelfs nog nooit met iemand gedaan. De jongen in kwestie bleek Jurgen van den Berg te zijn. Zijn ouders hebben Stephanie zwijggeld betaald. Niemand mocht weten wie het kind bij haar had verwekt. Wat niemand wist, ook zijn ouders niet, is dat Jurgen van den Berg losse handjes had en bleef terugkomen voor meer seks. Stephanie was zo verschrikkelijk bang dat haar, of haar kinderen, wat zou overkomen als ze wat tegen hem zou ondernemen, dat ze het liet gebeuren. Tot op de dag van haar moord. In de songtekst die ze nog aan het schrijven was ten tijde van haar moord, beschreef ze hoe ze zou vluchten met haar kinderen en opnieuw zou beginnen met een andere identiteit. Jurgen van den Berg moet daar lucht van hebben gekregen en haar hebben vermoord. Tijdens het verhoor biechtte Jurgen op dat hij Sybil had vermoord in een vlaag van woede op weg naar school. Ze bleef vragen stellen over hun moeder. ‘Wat gebeurd er eigenlijk met Daniel?’ Agnes moet het weten. Vigo kijkt haar over de rand van zijn bak koffie aan. ‘Ik denk naar een pleeggezin. Het zal wel goedkomen, bij Bep is hij in goede handen. Waarschijnlijk krijgt hij een beter leven, dan bij Jurgen van den Berg.’

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *