Ondervraagd: Christine Bols
Thrillerlezers 15 januari 2016

Wie is Christine Bols en is schrijven altijd haar ambitie geweest?
Ik ben een Vlaams thrillerauteur. Met mijn 64 levensjaren ben ik zeker geen piepkuiken meer en in sommige opzichten is dat misschien zelfs een voordeel, al was het enkel maar omdat ik veel tijd heb om te schrijven. De ambitie om te schrijven is in mijn jeugd begonnen toen ik met een kortverhaal een scholenwedstrijd won. Sindsdien bleef de ambitie sluimeren, maar er waren zoveel 'stoorzenders' die vooral met mezelf te maken hadden: de bloemetjes buiten zetten met vriendinnen, studeren, trouwen, kinderen... Pas vier jaar geleden besloot ik om echt werk te maken van schrijven.

Waar heb je de inspiratie voor Tim en Jude vandaan gehaald? 
Wat ik vooral wilde was de tegenstelling man/vrouw zodat ik hun verhaal vanuit verschillende uitgangspunten kon schrijven. In het harde politieleven biedt een vrouw tegengewicht en dat wilde ik vooral in de dialogen en acties naar voor laten komen. De personages zijn niet gebaseerd op bestaande personen als je dat bedoelt, hoewel elke karaktertrek wel op iemand van toepassing zal zijn.

Was je altijd van plan om over een duo te schrijven of kwam dat tijdens het schrijven naar boven? 
Omdat ik van pittige dialogen hou, was dat altijd al de bedoeling. Bovendien werken inspecteurs meestal als een team, dus dat leek me gewoon logisch.

Waarom heb je gekozen voor een Amerikaanse setting en niet voor een Vlaamse? 
Ik moet eerlijk toegeven dat ik, toen ik aan mijn eerste boek begon, weinig Vlaamse of Nederlandse schrijvers las, maar vooral Amerikaanse. Ik heb er toen zelfs niet bij nagedacht. De Amerikaanse setting kwam spontaan. Het was zelfs een beetje onwennig om een seriemoordenaar of psychopaat in mijn omgeving te laten rondwaren, hoewel Dutroux eigenlijk wel als dusdanig wereldwijd bekend werd. Net door die Amerikaanse setting werd ik bij uitgevers vaak afgewezen en ik begon me af te vragen of het wel de goede keuze was geweest. Tot uitgeverij Kramat me liet weten dat ze net dat een nieuwigheid vonden voor een Vlaams auteur. Zo zie je maar.

Was je altijd van plan om een serie te schrijven? Of ontwikkelde dat zich tijdens het schrijven van je eerste boek, dat er meer in zat voor en met Tim en Jude? 
Het plan van een serie is er pas gekomen omdat mijn uitgever dat voorstelde. Tijdens het schrijven van Vrouwen van Corvallis had ik er zelfs nooit bij stilgestaan dat er ooit een tweede boek zou komen en al zeker geen derde of vierde. Tim en Jude hadden blijkbaar genoeg potentieel om hun karakters te laten evolueren en hen meerdere avonturen te laten beleven.

Het nadeel is dat mensen vaak niet zomaar een deel in een serie oppakken om te gaan lezen (ik ben zelf een serieliefhebber en begin dan het liefst gewoon bij deel 1), hoe sta jij daar zelf tegenover? 
Daar heb je gelijk in. Ik begin ook het liefst bij het eerste deel. Maar jaren geleden las ik een boek van Michael Connelly (sindsdien mijn favoriete auteur).  Daarna ben ik de volgorde van zijn werk gaan opzoeken en ben dan naar deel 1 gegaan. Je kan best volgen als je niet bij de eerste begint, maar je voelt dan wel dat je dingen mist die eerder gebeurd zijn. Ik hoop dat dat voor mijn boeken ook het geval is.

In Dancer was het Vlaams minder aanwezig dan in Greenfields naar mijn idee, heb je dat bewust gedaan? 
Met elk boek werd het makkelijker om Nederlandse woorden te gebruiken, vooral omdat ik er af en toe commentaar op kreeg en dus bij de volgende zeker niet dezelfde fout wilde maken. Niet dat er iets mis is met Vlaams, maar ik wil het voor iedereen toegankelijk maken en geen irritatie opwekken. Sommigen vinden het Vlaams sappig, anderen dan weer niet. Een middenweg is er niet echt.

Hoe schrijf je? In alle stilte, sluit je je af van anderen of zet je juist bijvoorbeeld de muziek lekker hard of ga je gewoon aan de keukentafel zitten?
Om te schrijven heb ik stilte nodig met een zacht achtergrondmuziekje. Als het wat druk wordt, vliegt de concentratie de deur uit en haak ik af. Maar voor bezoekjes van vrienden of familie leg ik het schrijven graag even aan de kant. Gelukkig is mijn partner geen spraakwaterval. Hij stoort me dus totaal niet als ik schrijf. Integendeel. Hij fungeert vaak als klankbord om situaties en personages op uit te proberen. 

Je zegt dat je slecht bent in het promoten van jezelf, hoe komt dat denk je? Wat zou je graag willen doen? 
Ik weet niet echt waarom ik mezelf slecht kan promoten, maar ik ben er nooit goed in geweest. Het is niet dat ik niet achter mijn werk sta, want dat is zeker wel het geval. Op de voorgrond treden en in de schijnwerpers staan is niets voor mij, maar ik besef wel dat je dat als schrijver toch wel moet doen. De boeken komen niet naar de lezer toe wandelen met de vraag 'lees me, lees me'. Daarom denk ik er sterk over om de boeken naar de lezer te brengen. Hoe? Een gezellig boekennamiddagje in een pub ergens in Nederland lijkt me wel leuk. 

En nu we het er toch over hebben...waarom moeten mensen jouw boeken gaan lezen? 
Iedere auteur vindt zijn boeken goed. Ik dus ook. Het zou gewoon prettig zijn als veel mensen mijn mening delen, hoewel ik best tegen negatieve kritiek kan hoor. Ooit werd ik door een lezer de Vlaamse Karin Slaughter genoemd. Ik heb het complimentje in dank aanvaard. Dan was er nog iemand die me met haar vergeleek, maar eerder in de negatieve zin. Die man las haar niet omdat hij niet hield van bloederige en expliciete scènes en dus stopte hij ook met mijn boeken. Dus, positief of negatief, die scènes zitten er dus zeker wel in. Bovendien probeer ik in elk boek de lezers mee te laten denken over wie uiteindelijk de dader zou kunnen zijn en hen dan een 'duiveltje uit het doosje' voor te schotelen. En dat is me tot nu toe goed gelukt, denk ik. 

Grote liefde Lady
Lees je zelf graag Vlaamse schrijvers en zo ja, welke? Of gaat je voorkeur uit naar anderen? 
Sinds ik zelf schrijf, lees ik wel vaker Nederlandse en Vlaamse schrijvers en dat bevalt me best. Namen noem ik liever niet, omdat ik er dan toch nog enkele goede zal vergeten. Maar de Amerikaanse schrijvers blijven me toch nog steeds boeien en daar wil ik best enkele namen op plakken: Michael Connelly, Linwood Barcley, Tami Hoag en Simon Wood. Die laatste is hier waarschijnlijk weinig bekend omdat zijn boeken (nog) niet vertaald werden. Hopelijk zal dat snel gebeuren.

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *