Ondervraagd: Ingrid Oonincx
Thrillerlezers 28 januari 2016
Vandaag 28 januari wordt  Medicijn de wereld in geworpen tijdens de boekpresentatie in Tilburg. Wij mochten Ingrid wat vragen stellen.

Zou je je in 5 kernwoorden voorstellen aan onze lezers?
Fantasierijk – doelgericht - sportief - ondernemend – rusteloos.

Hoe kwam je op het idee van Medicijn?

Er is veel aandacht in de media voor gezond ouder worden. Veel mensen zijn bang voor de aftakeling en de dood. Wetenschappers zoeken al jaren naar middelen tegen veroudering. Ze zijn al best ver, maar worden gehinderd door ethische bezwaren, subsidieaanvragen en beroepscodes. Wat als er een wetenschapper is die zich daardoor helemaal niet laat tegenhouden? Wat als die persoon al jaren geleden een werkend antiverouderingsmiddel heeft gevonden? Wie gebruiken het dan? Hoe wordt het geproduceerd? Wat betekent dat voor de samenleving? Die vragen prikkelden mijn fantasie. Het verhaal schreef zich daarna bijna vanzelf.

Zou je zelf er 20/30 jaar jonger uit willen zien tegen de tijd dat je 60 bent?

Als ik er op een natuurlijke manier jong uit zou kunnen blijven zien dan lijkt me dat wel prettig. Maar helaas is dat alleen kunstmatig mogelijk. ik zit niet te wachten op een opgepompt botoxgezicht waar een oude-vrouwtjes-halsje onderuit piept. Ik ga dus maar een poging doen om op een natuurlijke wijze zo elegant mogelijk oud te worden. 

Je laat Ella, de hoofdpersoon in een oldtimer, een jaguar, rijden. Hoever gaat jouw liefde voor dit merk of had het net zo goed een hele andere auto kunnen zijn.

Ella werkt in de creatieve sector en houdt van mooie spullen. Haar huis is gevuld met design. Ze rijdt in een Jaguar omdat ze die mooi vindt en neemt alle mankementen voor lief. Ik heb zelf lang gedroomd van een Jaguar, maar ik rijd in een praktische en oerdegelijke stationwagen. Later in het verhaal komt Ella overigens ook tot de conclusie dat je beter een degelijke auto kunt hebben die wel goed start. 

Je hebt een druk leven met een baan, hardlopen, een column voor een krant schrijven en een gezin. Daarnaast heb je dus een nieuw boek geschreven. Wanneer schrijf jij in godsnaam? En hoe vinden ze dat thuis? Zijn ze opgelucht dat het boek nu uitkomt?

Ik houd twee dagen en een paar avonden in de week vrij om te schrijven. In het weekend probeer ik zo weinig mogelijk te doen. Zolang ik in staat ben bovenstaand schema aan te houden en mijn bijdrage lever aan ons huishouden, vinden ze het thuis prima. Maar in drukke tijden doe ik een groter beroep op hen en daar hebben ze soms last van. De afgelopen maanden waren heel erg druk. Ze zijn dus blij dat dit boek af is, maar ze zijn ook wel trots op me hoor.
 
Wat voor baan heb je eigenlijk naast je schrijfwerk?
Ik ben communicatieadviseur voor een aantal creatieve opleidingen in het hoger beroepsonderwijs. Dat is leuk en inspirerend werk want er lopen bij ons bijzondere studenten rond. Ze zijn creatief, innovatief, ondernemend en zoeken continu naar nieuwe uitdagingen en oplossingen. Daardoor blijf ik alert en bij de tijd en dat is altijd handig voor een schrijver en columnist.

Wat was vroeger als puber je wens om te worden?
Olympisch kampioen op de 800 meter hardlopen.

Je schrijft ( hele leuke )columns voor een Brabantse krant: hoe ben je daar terecht gekomen?

Ik werd gebeld met de vraag of ik zin had om een wekelijkse column voor ze te schrijven. Natuurlijk zei ik meteen ja. Het schrijven van een column voor een krant is heel wat anders dan het schrijven van een thriller. Je moet heel compact en puntig schrijven en het onderwerp moet aansluiten op de actualiteit. Daarnaast moet je elke week met iets nieuws komen. Dat is soms best lastig, maar ik vind het vooral erg leuk. Het is een fijne combinatie van journalistiek en mooischrijverij.
Heel lang schreef je met Anita Terpstra een column voor Hebban/crimezone. Jullie hadden denk ik ongeveer alle onderwerpen rondom schrijven wel gehad. Maar mis je het samen stoeien? Hoe kwam eigenlijk toen het idee om dat samen te doen. Waarom jullie twee?
Ik kende Anita via Facebook. Ik had er behoefte aan om met iemand te sparren. Anita ook. Dat idee resulteerde in een openbaar blog. Op een gegeven moment waren we uitgepraat, dus toen zijn we gestopt. Binnenkort spreken we weer eens af. Ik heb veel zin om haar weer te zien. Anita’s plek als sparringpartner is inmiddels ingenomen door de dames van het Moordwijven collectief. We inspireren en steunen elkaar voor en achter de schermen. Ik ben een sociaal mens, het is fijn om er nieuwe schrijfvriendinnen bij te hebben.

Zou je een boek samen met iemand anders kunnen schrijven? Waarom wel of niet?

Ik heb ooit een kort verhaal met Anita Terpstra geschreven en dat ging prima. Ik weet niet of een compleet boek ook zou lukken, want je moet dan wel heel veel afstemmen en overleggen. Dat lijkt me lastig. Toch sluit ik het niet uit.

Ben je in je hoofd al met een volgend boek bezig of is het nu echt even rust?

Er borrelen al wel wat ideeën op, maar ik ga er op dit moment nog niet mee aan de slag. Ik moet eerst nog even bijkomen van de bijwerkingen van Medicijn. Ik ben al wel begonnen met een verhaal voor de jubileumverhalenbundel van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs die in juni verschijnt.

Spannend alle reacties weer op je nieuwe boek? Kan je kritiek goed handelen of stamp je dan thuis rond?

Een recensie geeft je een blik in het hoofd van een lezer. Kwam de bedoeling over? Welke onderdelen zijn opgepikt en welke niet? Die informatie is interessant, hoewel je het er niet mee eens hoeft te zijn. Soms is het lastig kritiek te krijgen, zeker als die niet beargumenteerd is. Maar natuurlijk heeft ieder recht op zijn mening. Ik heb mijn uiterste best gedaan op dit boek en ben er trots op, aan die gedachte houd ik vast.

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *