Hoe is het met…?: Tess Franke (Gert Jan de Vries)
Thrillerlezers 13 maart 2016

Hoe is het met......... Tess Franke? 
(Gert Jan de Vries)

Onlangs las ik De inwijding van Tess Franke met de hoofdpersonage Femke Wolzak, een succesvolle advocate. Het is een serie. Het was al enige tijd geleden dat het laatste boek uitkwam. En natuurlijk was ik nieuwsgierig waarom Tess Franke een schrijverspseudoniem is. De auteur heeft mijn vragen beantwoord en mooi samengevat:

Mijn naam is Gert Jan de Vries. Ik ben sinds ik kan lezen een leesmonster en sinds circa mijn vijftiende weet ik dat lezen en schrijven mijn wereld en mijn vak zijn. Ik ben om die reden Nederlands gaan studeren, wat ik na een jaar heb ingeruild voor een bredere literaire studie. Vervolgens ben ik gaan werken als recensent, redacteur op een uitgeverij en in allerlei aanverwante vakken. In die combinatie van bezigheden heb ik honderden boeken besproken, honderden boeken geredigeerd, tientallen boeken vertaald en ook tal van boeken heel of half geschreven, soms in dienst van een auteur die er op eigen kracht niet uitkwam, maar ook diverse keren als ghostwriter.

Onder mijn eigen naam is weinig verschenen: een boek over wielrenster Leontien van Moorsel, mijn proefschrift over uitgever Geert van Oorschot, een poëziebloemlezing die ik samen met Ilja Pfeijffer maakte en een humoristisch boek over wielrennen getiteld Tour de Farce.

Tess Franke was dus een van de vele projecten waarmee ik al ruim 25 jaar bezig ben. Ik had allerlei redenen om onder pseudoniem te schrijven. Een van die redenen was om duidelijk een scheiding te maken met mijn andersoortige werkzaamheden. Een poëziedeskundige die thrillers schrijft of een recensent die actief is in het genre waarover hij zich kritisch uitlaat, dat wekt verwarring en levert een bepaald soort voorgebakken meningen op.

Kort nadat ik was begonnen dook Suzanne Vermeer op. Twee zielen, één gedachte. Van Paul Goeken vond ik het een hele slimme keuze, want onder zijn eigen naam lukte het niet. Zijn boeken waren ook niet goed. Suzanne Vermeer bleek een succesformule, maar ik heb geen idee of die boeken goed zijn, want ik heb er nooit eentje gelezen.

Mijn keuze om onder pseudoniem te schrijven en een hele biografie te verzinnen rondom Tess beviel me goed. Het viel me vervolgens nog niet mee om alle journalisten van mijn lijf te houden, want ik heb diverse keren kranten ervan moeten afhouden om af te reizen naar Miami (waar ik zogenaamd woonde) om mij daar te interviewen.
Toen het vierde boek af was, was ik klaar met dat stiekeme gedoe. Als de lezers de boeken goed vinden, kopen ze die ook wel als ik erachter blijk te zitten, dacht ik. Ik was toen al opgehouden met recenseren. Het was tijd voor iets anders. Via mijn uitgeverij maakte ik een afspraak met een krant voor een groot interview en zodoende wist opeens iedereen dat Tess Franke zelf fictie was.

Dat idee dat mijn lezers me kochten om de kwaliteit bleek trouwens niet te kloppen. De verkoop zakte in en na nog een poging (boek vijf) was de koek op. Het inkomen dat ik met Tess verdiende daalde heel hard en ik had meer dan voldoende andere projecten, dus is Tess er een beetje bij gebleven. Alsof het zo moest schoten me ook geen ideeën meer te binnen.

Het recente thrillerfestival van Hebban inspireerde me. Ik bood spontaan een bijdrage aan, ook al had ik nog niks. In mijn vakantie dacht ik na over een verhaal, maar ik bleef steeds hangen in lossen stukjes. Op de dag van de deadline reisde ik terug en in het vliegtuig schreef ik opeens het hele verhaal op. Tja, misschien komt Tess dus wel weer terug. Ik durf het niet te beloven.

Als recensent heb ik me vooral enorm verveeld. Tachtig tot negentig procent van alle thrillers is slecht geschreven, slecht vertaald, dom bedacht etc.
Je vraagt me waaraan een goede recensent moet voldoen. Dat is nog niet zo eenvoudig. Zij moet onafhankelijk zijn om zuiver te kunnen oordelen en veel leeservaring hebben om een boek te kunnen plaatsen. En het boek moet liefst zonder omslag en titelpagina op haar tafel belanden opdat de objectiviteit zoveel mogelijk wordt gewaarborgd. Helaas bestaat dat soort zuiverheid totaal niet. Recensenten zijn zonder uitzondering bevooroordeeld, ook degenen die een gedegen opleiding in die richting hebben gehad.

Recensies van mijn boeken vond ik meestal teleurstellend. Een recensie is beter dan geen recensie, maar het is opzienbarend hoe ook ervaren mensen over dingen heen kunnen lezen en conclusies trekken die nergens op slaan. Het is overigens zo dat thrillers vooral worden besproken door amateur-recensenten en dat professionele recensenten er weinig mee kunnen.

Gelukkig had ik zelf altijd weinig ruimte om boeken te bespreken. Zodoende kon ik me beperken tot pareltjes. Daglicht van Marion Pauw, bijvoorbeeld. En ik was de eerste die Het Bernini Mysterie van Dan Brown besprak, geen erg subtiel boek, maar wel bijzonder effectief. Verder raakte ik erg gehecht aan de fraaie stijl van Charles den Tex, de cadans van de bijna vergeten Robert Littell, de dwarsigheid van Peter de Zwaan en de verrukkelijke complotten van Monaldi & Sorti. Zijn dat voorbeelden? Nee. Wel goeie schrijvers. Echte voorbeelden zou ik niet weten te noemen. Of het zijn er meteen heel veel, van Willy van der Heijden tot Umberto Eco en van Multatuli tot Robert Harris.

Momenteel doe ik - tijdelijk - niks meer met thrillers, al heb ik mijn interesse in hoe dingen verlopen in de wereld van misdaad & straf nog wel kunnen bevredigen met Meneer Heineken, Het is voorbij, dat ik als ghostwriter schreef. Ik had opeens beschikking over het hele criminele dossier van de Heinekenontvoering en kon dus met eigen ogen zien hoe inefficiënt opsporingsonderzoek verloopt.

Overigens kwam dat aardig overeen met wat ik verwachtte. In de Tess-boeken onderzocht ik steeds een of meer fenomenen uit de wereld van opsporing en rechtspraak. De idiote gedachte bijvoorbeeld dat iemand iets zal hebben misdaan omdat hij eerder iets anders heeft misdaan. Zo’n redenering leer je je kinderen af, maar Lucia de Berk heeft om die reden zes jaar vast gezeten. Enfin, zoiets – kettingbewijs noemen ze dat in juridische kringen - pluis ik dan uit en dat leidde tot Maskerade. Of mijn verbijstering toen Joram van der Sloot zonder enig bewijs door Peter R. De Vries werd uitgerookt door middel van de televisie. Dat noem je ‘trial by media’ en daar ging dus De Bezieling over. Die boeken zijn goed gelukt. Ik kan ze nog steeds iedereen aanraden.

Andere tips? Ik heb onlangs Den Haag uitgegeven, een roman van Martin Schouten. Dat boek is een soort parodie op een thriller, over een politieman die een moord onderzoekt, stuit op een oude zaak die ermee te maken heeft en zich volstrekt onprofessioneel gedraagt, met alle verwarring van dien. Een erg humoristisch boek en een fijne manier om dat veel te populaire misdaadgenre te relativeren.

Gert Jan, bedankt voor het beantwoorden van mijn vragen!

Lydia 

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *