Ondervraagd: Sterre Carron
Thrillerlezers 1 april 2016

Vandaag 1 april wordt officieel Indra van Sterre Carron gepubliceerd. Altijd een mooi en spannend moment voor de schrijver zelf. Ik had de eer het boek iets eerder te mogen lezen en ben er van overtuigd dat de steeds groter wordende schare fans van Sterre niet teleurgesteld gaan worden. Ik mocht Sterre een aantal vragen stellen en die vindt je hier onder.

Hoe voelt het dat er weer een deel is uitgekomen?
Anders dan de vorige delen. Ik was een emotioneel vat tijdens het schrijven van dit boek omdat er zoveel dramatische dingen in verwerkt staan. Ik heb dat natuurlijk zelf gekozen, maar kon het hierdoor moeilijker loslaten. Ik was blij dat het manuscript gecorrigeerd was en naar de drukker kon, zodat ik eindelijk mijn hoofd kon leegmaken. In de eerste helft van het boek, had ik een hele sterke band met het hoofdpersonage. Ik voelde haar leed, haar verdriet en ellende. Het gebeurde wel vaker dat ik een pauze moest inlassen en met mijn hond ging wandelen om lucht te scheppen. Letterlijk dan. Ik betrapte me erop dat ik het hele gebeuren meenam als ik ging slapen, waardoor ik aardig wat minder uurtjes nachtrust genoten heb.

Dirk de uitgever en Sterre

Nog elke keer zenuwachtig als mensen het lezen?
Zeker en vast! Jij was een van mijn eerste lezers en dat weekend heb ik wel vaker het toilet bezocht 🙂  Constant maalt het door je hoofd van… Zou ze dat niet belachelijk vinden? Was die passage niet te uitleggerig? Is het niet wat flauwtjes dat stuk over dat personage? En nu, nu, ben ik nog meer nerveus met alles wat er de voorbije week is gebeurd. Het moet je maar overkomen dat je gruwelijke feiten beschrijft en dat het dan nog eens realiteit wordt (of toch tenminste een deel ervan). Ik vond het echt nodig om mensen op de hoogte te brengen van een bepaalde verhaallijn om ze niet te verplichten dingen te lezen die ze niet willen lezen.

Per boek lijkt jouw fantasie te groeien. Hoe doe je dat?
Ik weet niet hoe het komt. Het is een vraag ik mezelf al meerdere malen gesteld heb. Soms zit ik voor me uit te staren en dan komt er een beeld binnen. Dan denk ik wat zou ik daar mee kunnen doen? Ik loop op de straat en zie iemand voor me. Dan stel ik me de vraag: hoe zou haar of zijn leven eruit zien? Wat voelt die persoon? Zou zij of hij gelukkig zijn, of juist niet? Maar het is niet alleen fantasie. Soms zie ik of hoor ik iets, dat me zo erg aangrijpt dat ik die gebeurtenis ik van me moet afschrijven. In Indra gaat dat bv. over het jongetje die aan de zeldzame ziekte HUS lijdt. Ik zag op You Tube een filmpje waarin het kind vertelt dat hij niet kon voetballen, geen pizza mocht eten, niet kon sporten en ook niet met vriendjes kon spelen. Als ik zoiets zie of hoor, dan breekt mijn hart. Dan probeer ik dat op de een of andere manier in een verhaal te verwerken, waardoor ik moet wenen en mijn maag zich opnieuw ontspant. Het klinkt vreemd, maar het is wel zo. Ik denk dat ik daardoor veel emoties kan plaatsen in bepaalde hoofdstukken. Dingen die me raken, dingen die me pijn doen, dingen waar ik machteloos tegenover sta…

Indra heeft een indrukwekkende overeenkomst met de werkelijkheid. Slaan de twijfels bij jou toe?
Twijfels niet echt. Onzeker is een beter woord. Mijn maag krimpt samen als ik iets lees over de slachtoffers die de aanslag overleefden en die vertellen hoe erg ze eraan toe zijn. Ik heb echt met hen te doen. En wat gaat er door hen heen als ze de krantenartikels over ‘Indra’ lezen? Goh, ik stel me in hun plaats…  
Ik was de eerste ogenblikken niet in staat om te reageren toen ik het nieuws vernam. Op dat ogenblik was ik in het bos met Emma, mijn hond. Het was kwart over acht toen mijn uitgever me berichtte. ‘Het boek komt nu werkelijk dichtbij’, zei hij. ‘Er is een aanslag gepleegd op Zaventem.’ Ik kon niet meer denken en herinner me eigenlijk niet meer welke weg ik heb genomen om naar huis te gaan. Eenmaal thuis dacht ik: wat heb ik gedaan? Waarom moest ik zo nodig over dat thema schrijven. Ik zag de beelden van de gruwelijke feiten en hoopte dat het slechts een nare droom was. Maar spijtig genoeg was het geen droom. En dan sloeg de twijfel toe. Wat moeten we met dat boek doen? Hoe gaan mensen reageren? Is dat verantwoord om het nu uit te geven? Ik moet wel bekennen dat ik nu meer twijfels heb dan bij de vorige boeken.

Hoe heb je je zo kunnen verplaatsen in het hoofd van een extremist. Welke research doe je?
Eerst en vooral wilde ik alles weten over de islam. Ik heb met moslims gesproken over hun geloof, over hun levenswijze, enzovoort… Ik heb geprobeerd om me in het hoofd van een extremist te verplaatsen, al moet ik bekennen dat ik dat niet helemaal kan. Door de informatie van psychiaters, boeken over de islam en terrorisme en de gesprekken met moslims, heb ik heel veel geleerd en heb ik een poging ondernomen om een aanleiding te vinden. Waarom wordt iemand radicaal? Dat word je toch niet van de ene dag op de andere. Wat kan een aanleiding zijn? Vanwaar de woede tegenover ‘niet-gelovigen’ of niet-moslims? Ik heb getracht om in het hoofdpersonage zoveel woede en ontgoocheling te verwerken, dat ik dacht: zou dat een reden kunnen zijn om over te gaan tot zulke gruwelijke daden? Ik heb mijn idee voorgelegd aan mensen die er kennis over hadden. Zeker waren ze er niet van, maar het zou wel een kans maken… Dus daar ben ik dan mee aan de slag gegaan… De research baseert zich dus op gesprekken, boeken en Google.

Op de Antwerpse Boekenbeurs

 

Voor het eerst is de betekenis van de nieuwe titel van bij start duidelijk. Waarom die verandering?
Ik heb uren gezocht naar het woord ‘belofte’ in het Sanskriet. Omdat ik de titel niet mooi vond, zocht ik verder en kwam ik toevallig uit op ‘Indra’. ‘Indra’ betekent in het Hindoeïsme ‘de grote veroveraar’. Omdat ik het bovendien ook een mooie naam vind, maakte ik een ommezwaai en besloot om mijn hoofdpersonage zo te noemen.

Rani laat weer meer van haar karakter zien. Zo komt er een akelige jaloersheid tevoorschijn. Rani wordt bijna een echt mens van vlees en bloed. Speelt niet alleen de heldin. Bewust?
Voor een deel wel en voor een deel niet. Ik had een discussie met iemand over een bericht, wat niets te maken had of heeft met wat er in het verhaal geschreven staat. Maar het is wel daaruit gegroeid. Nu ga je vragen: ben jij jaloers? Nee, jaloersheid is een eigenschap die ik niet bezit en daar ben ik heel blij om. Maar, het is wel een heel menselijke kant en dat wilde ik graag bij Rani zien groeien. Er moet natuurlijk een aanleiding zijn en daarover heb ik zitten broeden.

Rani maakt nogal wat mee in het boek. Hoeveel leed kan een mens hebben?
Over dit heb ik het meest getwijfeld. Ja, nee, ja, nee… Waarom is het tenslotte ‘ja’ geworden? Ik denk omdat ik toen zelf door een moeilijke, verdrietige periode ging. Dat Rani daarvan het slachtoffer is geworden, heeft er vast en zeker mee te maken.

Ik vind dat je als schrijfster met dit deel sterk ontwikkeld hebt. Je boek is scherper, zwarter en dieper dan de vorigen. Ben je dat met mij eens?
Vanzelfsprekend ben ik het met je eens, maar of de lezers het beter vinden, zal de toekomst uitwijzen. Misschien vinden ze het iets ‘te’. Een voordeel had ik: jij had het gelezen voor het naar de lezers ging. Daardoor was of ben ik iets meer gerustgesteld.

Ben je nu al bezig met het volgende deel?
Ik ben nog niet aan het uitschrijven. Verschillende plots hebben zich gedurende de laatste dagen aangediend in mijn hoofd. Ik weet nu, sinds vandaag, zeker welke het zal worden. Maar eerst nog wat genieten van de boeken van mijn collega’s: zo zalig om eens lekker niet te moeten denken. Na de persvoorstelling van ‘Indra’ ga ik opnieuw van start. 

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *