Ondervraagd: Chanette Paul
Thrillerlezers 3 april 2016

Chanette Paul werd op 20 oktober 1956 geboren in Johannesburg. Ze werkte aanvankelijk in de modewereld, maar haalde in 1988  haar Masters in Afrikaanse en Nederlandse letterkunde aan de Randse Afrikaanse Universiteit. In 2003 voltooide Paul een tweede Mastersstudie, nu in Creatief Schrijven, aan de Universiteit van Kaapstad. 
In 1995 zei Paul de kleding vaarwel en richtte ze zich volledig op het schrijven. Sindsdien heeft ze zo’n 40 romans gepubliceerd en talloze verhalen en artikelen in tijdschriften als Sarie, Rooi Roseen De Kat. Tevens werkt ze als manuscriptontwikkelaar en schrijfdocent. 

Terwijl ze in haar levensonderhoud voorziet met het schrijven van romantische liefdesverhalen, experimenteert Paul daarnaast met verschillende genres. De opeenvolgende delen uit de historische reeks over de Davel-zusters en het meer eigentijdse tweeluik over Maanskynbaai halen keer op keer de top van de Afrikaanse bestsellerlijst.
In 2007 sloeg Paul een nieuwe weg in met het schrijven van romantische thrillers over rechercheur Gys Niemand en zijn sidekick, agent Faantjie Fortuin. Daarmee lijkt ze haar nis in de literatuur gevonden te hebben. Sindsdien verschenen er nog meer bloedstollende thrillers, zoals Siende Blind (2013) en Raaiselspieël (2014). Met haar meer literaire werk wil ze een bijdrage leveren aan de ‘destigmatisering van Afrikaanse ontspanningsfiksie’ en beijvert ze zich voor het voortbestaan van het Afrikaans als taal.

Bron: WeekvandeAfrikaanseroman 

Wil je jezelf voorstellen aan de hand van 5 kernwoorden?
Ik ben enigszins een kluizenaar, een optimist, een liefhebber van handwerken, een 'wannabe' tuinvrouw en een kattenliefhebber. En als ik een zesde mag toevoegen: ik geloof ook in zeemeerminnen.

Ik las dat je een nomadenbestaan zou hebben geleid met 9 scholen, 5 universiteiten en 7 verschillende provincies in Zuid Afrika…Wat was de reden van de vele verhuizingen?
Mijn vader was reislustig. Hij was een gefrustreerd kunstenaar die banen had die niet bij zijn talenten en temperament pasten. Hij geloofde altijd dat het gras elders groener was. Mijn moeder en ik moesten mee naar waar de opwelling hem heen bracht. Ik kan hem alleen maar verantwoordelijk houden voor het vele verhuizen tot ik klaar was met school. Daarna was het enkel mijn eigen rusteloosheid. Daarna trouwde ik met een man die niet lang op dezelfde plek kon blijven en de geschiedenis herhaalde zich. Sinds mijn scheiding ben ik echter gesetteld en woon ik al weer twaalf jaar in mijn huisje. Een absoluut record voor mij.

Tot 1995 werkte je in de modewereld: wat waren daar jouw werkzaamheden? Vond je het wel leuk om te doen?
Het begon in het midden van de jaren '80. Ik ben lang en niet bepaald fijntjes gebouwd. Ik heb ook een wat excentrieke smaak en in die tijd kon ik gewoon geen kleding vinden die ik leuk vond. Ik leende geld, kocht een naaimachine en begon mijn eigen kleding te maken. Anderen vonden het leuk wat ik maakte en vroegen me ook kleding voor hen te maken. Het escaleerde dusdanig dat winkels mijn producten kochten en ik naaisters in dienst moest nemen. Op een gegeven moment had ik een klein fabriekje.

In het begin vond ik het geweldig. Het was creatief en een enorme uitdaging – ik hou van uitdagingen en dan vooral als bewijs voor mijzelf dat ik kan doen waarvan ik heimelijk dacht dat het onmogelijk zou zijn. Achteraf gezien denk ik dat het creatieve gedeelte van het werk een metafoor was voor mijn wens om schrijver te worden. De kleding die ik maakte en ontwierp vertelde verhalen – destijds werd het draagbare kunst genoemd.

En plotseling had ik 25 mensen in dienst, de fabriek had ook zijn eigen winkel, ik deed de administratie, probeerde vertegenwoordigers en klanten tevreden te houden, de machines in de fabriek moesten geolied blijven, ik suste onenigheid tussen de naaisters, loste problemen op met de vakbonden etc. Ik deed niet meer mee met de leuke dingen. Ik haalde alleen nog plezier uit het ontwerpen van de kleding en zelfs daar was op een gegeven moment de lol vanaf omdat de winkels eisen gingen stellen en mij niet meer de vrije hand lieten qua ontwerpen.

Ik ging door, ondanks dat ik er geen plezier meer uit haalde, want ik had een verantwoordelijkheid richting mijn personeel. Toen begonnen de berovingen. Niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Mijn fabriek werd een aantal keer overvallen, kleding werd buitgemaakt en wat andere dingen, maar bij een laatste overval in 1992 werd ook een aantal van mijn naaimachines gestolen. Dit gebeurde op het moment dat de kledingindustrie in Zuid-Afrika in een dip belandde. Ik had geen goede vooruitzichten qua verkoop in de toekomst, ik kon datgene wat ik was kwijt geraakt niet vervangen en eerlijk gezegd had ik er ook geen zin meer in. Ik had geen andere keus dan de boel te sluiten.

Nu weet ik dat het gewoon zo had moeten zijn en ik ben echt heel blij dat het mij uiteindelijk gedwongen heeft om te gaan schrijven, maar het destijds afscheid moeten nemen van mijn loyale personeel voelde voor mij alsof ik familie verloor.

Je hebt maar liefst 40 romans gepubliceerd in Zuid Afrika: heb je ze mooi in je kast staan? (zo ja, wil je er een foto van maken?). Bij het schrijven van welke van die 40 romans heb je de mooiste herinneringen? Hoe kom je aan zoveel ideeën voor boeken?
Ik bewaar een exemplaar van elk boek dat ik geschreven heb en ook een exemplaar van de nieuwe uitgaven. Ze beslaan ongeveer twee rijen in een van mijn boekenkasten. Elk boek dat ik geschreven heb is speciaal voor me. Ik kan me een gedeelte van mijn verleden of een bepaalde fase in mijn leven zo voor de geest halen als ik naar een specifiek boek kijk.

Mijn eerste boek zal altijd heel speciaal voor me blijven. Ik weet nog goed hoe ik gewoonweg niet kon geloven dat ik na al die jaren dat ik schrijver wilde worden daadwerkelijk een boek had uitgebracht.
De 'eerste' is altijd speciaal voor me. Zoals de eerste in een serie, of de eerste in een nieuw genre of in een nieuwe fase in mijn schrijven. Tamara was de eerste in een serie van zeven historische romans. Springgety was de eerste van vijf spannende romans. Maanschijnbaai: Jo & Sue de eerste van tweeluik over een familiedrama.Labirint de eerste in een nieuwe fase waar de romantische invalshoek wat meer realistisch wordt en natuurlijkOfferlam. Offerlam is het eerste deel van een tweeluik, maar het is ook het eerste boek waarin de liefde maar een kleine rol speelt, de eerste keer dat ik de politiek en de huidige situatie in Zuid-Afrika in een verhaal verwerkte, de eerste keer dat het verhaal zich grotendeels afspeelt in een ander land dan Zuid-Afrika en het is het eerste boek dat vertaald is.

Verhalen zijn overal om ons heen, je moet er alleen wel voor open staan. Ik moet soms kiezen uit een paar opties, of gewoon kiezen welk verhaal ik eerst ga schrijven. Een verhaal kan beginnen met een plaats, een gebeurtenis of enkel een gedachte. Het begint vaak met een 'wat als/stel dat...?' vraag. Wat mij betreft begint een verhaal normaal gesproken met een personage. Als je eenmaal personages hebt, dan heb je een situatie en als je eenmaal een situatie en een setting hebt, dan volgt het verhaal vanzelf. Fantasie is de sleutel tot een verhaal.

Dan stap je in 2007 over naar romantische thrillers. Waarom die overstap?
Ik begon mijn schrijverscarrière met romans. Ze waren heel populair maar na 18 stuks en een beperkte groep lezers was ik toe aan verandering en uitdaging. Ik heb veel plezier beleefd aan het schrijven van romans, maar ik zie dat meer als mijn trainingsperiode. Het heeft me geholpen om de punten te slijpen zal ik maar zeggen.

Ik moet wel zeggen dat toen ik voornamelijk romans schreef gedurende de eerste twaalf jaar ik in die tijd ook drie hele andere boeken schreef. Die waren meer literair en hadden serieuze onderwerpen. Een van deze boeken was mijn eerste poging tot een 'murder mystery' en eentje schreef ik als onderdeel van mijn masters in creatief schrijven. Maar omdat schrijven mijn brood is, moest ik wel rekening houden met de financiële consequenties. Destijds waren de romans financieel betrouwbaarder, dus die bleef ik schrijven om mijn hoofd boven water te houden.
Ik heb altijd thrillers (vrouwenthrillers noem je die geloof ik) willen schrijven, het is mijn favoriete genre om te lezen.
In 2007 heb ik een serie van zeven historische romans afgerond en toen voelde ik me zeker genoeg om de sprong te wagen naar de thrillers. Het voelde als het juiste moment voor mij om die uitdaging aan te gaan en los daarvan, een personage genaamd Lily Reyneke viel me steeds lastig om haar verhaal te schrijven. Springgetywas het resultaat.
Het was nogal een steile leercurve om te switchen van romance naar spanning. Ik heb dat manuscript op zijn minst vijf keer herschreven.

Eind 2015 verschijnt Offerlam en kwam tegelijk ook op de Nederlandstalige markt uit. Hoe kwam dat zo? Is dat extra spannend?

Tot nu toe is dit het meest spannende dat me overkomen is. Natuurlijk wil elke schrijver vertaald worden, maar voor ons is het dan voornamelijk in het Engels en de markt in Zuid-Afrika voor Zuid-Afrikaanse verhalen geschreven in het Engels is heel klein. Er worden heel erg weinig boeken vertaald vanuit het Afrikaans in het Engels die op de internationale markt terecht komen. Deon Meyer is de uitzondering.

Vertaald worden naar het Nederlands is extra speciaal voor mij omdat mijn moeder Nederlandse was. Ze emigreerde als jonge vrouw met haar ouders en broer naar Zuid-Afrika een paar jaar na de Tweede Wereldoorlog en ik ben opgegroeid met verhalen over Nederland en natuurlijk de oorlog. Ik wou dat ze er nog was om de vertaling te kunnen lezen!
Het is ook speciaal dat het boek door een Belgische uitgever is uitgegeven omdat de familie van mijn partner uit Horebeke komt. Zijn vader is daar geboren en hun achternaam, Blommaert, spreekt voor zich.

De twee boeken zijn gelijktijdig gepubliceerd dankzij het enorm harde werk van de vertaalster (ze had maar twee maanden de tijd om de vertaling te doen) en de toewijding van de uitgeverij. We wilden graag dat de verschijningsdatum samen viel met de Boekenbeurs in Antwerpen en we hebben het net gered! Het was echt een groots moment voor mij om naar de Boekenbeurs te gaan met mijn vertaalde boek, vers van de pers.

In Zuid Afrika ben je de koningin van het Afrikaans lekkerleesboek en ongekend populair. Hoe moet dat voelen als elk boek een schot in de roos is (ken je de uitdrukking? Dat elk boek een groot succes is)?
Dit is een nieuwe uitdrukking voor mij en ik vind 'm geweldig!
Het heeft 21 jaar geduurd voor ik zover gekomen ben dus ik was niet bepaald op slag beroemd. Ook was niet elk boek meteen een succes. In tegendeel, het duurde wel even voordat ik bekend werd.
Zoals ik al zei waren de romans populair, maar het aantal lezers beperkt. Na de achttiende roman schreef ik een serie van zeven historische romans, de 'Davelvroue'-reeks (ook wel 'Die Daveltjies'). Toen die reeks eerst uitkwam in 2006 was het niet zo heel populair, maar het is een groot succes sinds de herdruk in 2011. Ironisch genoeg liftte deze serie mee na mijn doorbraak met de thrillers.
Mijn doorbraak kwam ongeveer in 2007 toen ik mijn eerste vijf thrillers schreef in de 'Gys Niemand'-reeks. Die hebben me op de kaart gezet.

Het "Maanschijnbaai-tweeluik", twee boeken over vier vrouwen in verschillende fases van hun leven, volgde. Ontzettend leuk om te schrijven en ze waren ook heel populair. Het eerste deel, Jo & Sue, won de 'Lekkerlit boek van die jaar 2012' prijs. Maar pas na dit tweeluik ging het echt goed met mijn boeken.

In 2012 schreef ik Labirint, een spannende roman, maar de romantische kant was veel realistischer dan in de Gijs Niemand-reeks. Daarna volgden nog drie boeken in hetzelfde genre, namelijk Siende Blind ('Lekkerlit boek van die jaar 2003'), Raaiselspieël en Ewebeeld ('Lekkerlit boek van die jaar 2014 en de 'ATKV-Woordveertjie'-award). Allevier de boeken hebben een gemeenschappelijk thema: een vrouw die zich verzet tegen emotionele mishandeling.
Deze vier boeken hebben de weg vrijgemaakt voor Offerlam. Ik heb nog nooit zo'n goede feedback op mijn andere boeken gehad en het is heel erg fijn te weten dat mijn lezers waarderen wat ik doe en dat nieuwe lezers mijn boeken nu ontdekken.

Ik vind het niet erg dat het zo lang geduurd heeft voordat mijn boeken populair werden. Bij sommige schrijvers is het meteen raak bij hun debuut en hebben daarna soms moeite om het hoge niveau van dat eerste boek vast te houden. Het lijkt me geweldig om zo goed te scoren met je eerste boek, maar de druk die er daarna op je ligt voor het volgende boek lijkt me vreselijk. Ik vind het erg fijn dat ik ben gegroeid tot de schrijver die ik altijd heb willen zijn. Ik vind het ook erg fijn dat ik nog steeds uitdagingen voor mezelf zie. Ik zou het vreselijk vinden om te stagneren.

Hoe moeten we jou voorstellen als je aan het schrijven bent (bepaald aantal uren per dag? Ochtenden of avonden, in stilte? Buiten of binnen enzovoort)
Helaas kan ik het me nog niet veroorloven om fulltime te schrijven. Er zijn niet zoveel mensen die in het Afrikaans lezen en nog minder mensen die boeken nieuw kopen. Dus ik heb nog steeds een extra inkomen nodig en gelukkig kan ik dat doen door met verhalen. Ik hou me voor mijn uitgever bezig met wat we 'manuscript ontwikkeling' noemen. Noem me maar een structurele redacteur. Hier ben ik 7 tot 14 dagen per maand mee bezig. 

Wanneer ik in de schrijfmodus ga, dan ga ik vaak voor 2 tot 4 weken aaneengesloten naar een huisje dat mijn partner en ik een aantal jaar geleden als vakantiehuisje hebben laten bouwen. Het ligt een beetje achteraf in het Agulhas National Park, dicht bij het zuidelijkste puntje van Afrika waar de Atlantische en Indische Oceaan samenkomen. Hier ben ik momenteel om Offerande af te ronden.
Mijn werkkamer is boven met een prachtig uitzicht op de oceaan. Ik zet geen wekker, maar meestal zit ik om 6 uur 's ochtends achter mijn bureau – soms zelfs al om 3 of 4 uur – en dan werk ik op mijn computer tot 6 uur of half 7 's avonds. Als ik dan weer naar beneden ga, dan heb ik mijn notitieblok bij me en een glas wijn en dan maak ik aantekeningen over waar ik mee zit met betrekking tot hetgeen ik die dag geschreven heb en ik maak plannen wat betreft de richting van het verhaal voor de komende twee dagen.
Schrijven is natuurlijk niet alleen maar het typen van een verhaal. Ik doe veel research, ik maak schema's waaruit de interactie blijkt tussen verschillende personages, ik maak tekeningen, bijvoorbeeld de plattegrond van een huis of een bepaalde plek, ik maak tijdlijnen en meer van dat soort dingen. Schrijven gaat ook gepaard met veel staren. Staren naar de zee, de getijden, de sfeer van het seizoen, hierdoor gaat de creativiteit borrelen.

In de winter blijf ik meestal in mijn woonplaats Stanford, een klein dorpje in de Overberg, omdat het daar knusser en warmer is. Mijn huisje daar staat aan de oever van de Kleineriver en mijn werkkamer is op zolder waar ik door het raam voor me een uitzicht heb op de rivier en via het raam aan mijn rechterkant een uitzicht op de bergen heb.

In Stanford heb ik min of meer hetzelfde patroon als in het andere huisje, maar omdat ik dit huis deel met mijn partner, stop ik eerder (half zes 's avonds) en ik bewaar het plannen en aantekeningen maken voor de volgende ochtend, zodat ik ook tijd met hem kan doorbrengen.
Ik ben 24 uur per dag bezig met schrijven en als ik echt volop bezig ben, dan zit ik gemiddeld meer dan 12 uur per dag achter mijn computer, elke dag inclusief weekenden en nationale feestdagen.

Lees jezelf eigenlijk veel? Wat lees je zoal? Wat is jouw favoriete boek (of boeken) aller tijden en vooral ook waarom juist die?
Ik ben van nature een gretige lezer, maar ik heb niet zoveel tijd om zoveel te lezen als ik zou willen. Tegenwoordig lees ik zo'n 40-50 boeken per jaar, maar daar moet ik wel aan toevoegen dat ik ook zo'n 40-50 manuscripten per jaar lees.
Thrillers zijn favoriet en dan met name de thrillers met een sterke vrouw in de hoofdrol, maar ik heb een brede interesse.

Gek genoeg is mijn favoriete boek aller tijden geen thriller. Het is The secret life of bees van Sue Monk-Kidd. Ik ben een uiterst kritische lezer. Dit is het enige boek dat ik ooit gelezen heb waarvan ik als redacteur de auteur absoluut niets aan het manuscript had willen laten veranderen. De vrouwelijke mystiek en symboliek druipt van de pagina's zonder dat het arrogant of verwaand wordt.
Hoewel ze niet echt specifiek thrillers schreef, is Minette Walters mijn favoriete schrijfster aller tijden, zeker haar oudere boeken als De beeldhouwster, Het heksenmasker en Het ijshuis. Ik ben ook dol op de boeken van Tana French. Beide schrijfsters nemen hun werk uiterst serieus, geweldig vind ik dat.

Waarom moeten onze lezers Offerlam gaan lezen. Waarom is het zo’n goed boek?
Naar mijn mening heeft Offerlam echt iets te melden. Het laat Zuid-Afrika zien als een Afrikaans land in de greep van onrust met op de achtergrond de geschiedenis van wat er meer dan 50 jaar geleden in Congo is gebeurd. Het laat de houding van de blanken zien die opgroeiden met Apartheid, maar ook de houding van de slachtoffers – of ze nou blank of zwart waren. Het verhaal maakt vergelijkingen tussen twee Afrikaanse landen, maar ook tussen Europa en Afrika zoals het nu is en zoals het was in de koloniale tijd. Het roept een heleboel vragen op en het is grotendeels aan de lezer wat de antwoorden zijn, als die er al zijn.
Dit is slechts de achtergrond.

Ik schreef Offerlam om een interessant en hopelijk boeiend verhaal te vertellen over een vrouw die zich in een unieke situatie bevindt. Het verhaal draait om het ontstaan van deze situatie en waar de consequenties ervan toe leiden.
De meeste schrijvers zullen je wel vertellen dat het inherent is dat verhalen beginnen met de vraag: 'wat als…?' In dit geval betekende dat 'wat als een blank echtpaar met een conservatieve achtergrond in het Apartheid-tijdperk een heel ongewoon kind kregen?'

Ik hoop dat de lezers zullen genieten van de reis die Caz Colijn maakt. Ik geloof er stellig in dat als een lezer zich voldoende kan identificeren met de hoofdpersoon en de omstandigheden boeiend en interessant vindt, dat je dan de ingrediënten voor een aangrijpend boek hebt. Ik hoop dat dat geldt voor lezers wat betreft Offerlam en ook voor het vervolg dat ik nu aan het schrijven ben, Offerande.  

Mijn ultieme doel met elk boek dat ik schrijf is dat ik de lezers weet te boeien, dat ik een lezer weet mee te nemen in een andere wereld die echt ervaren wordt tijdens het lezen. Ik denk dat dat het geval is bij Offerlam. Ik zie het als een bonus als het verhaal de lezer laat nadenken over het onderwerp.

Via onderstaande link kan je de recensie van Offerlam lezen die eerder gepubliceerd is.

http://thrillerlezers.blogspot.nl/2016/02/offerlam-chanette-paul.html

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *