Dresscode rood
Thrillerlezers 31 december 2016

Deel 1 - door Nancy Elfrink – ter Braak

Eva Jongstra zat op het randje van het bed met een sigaret tussen haar lippen. Ze blies de rook in kleine kringetjes de kamer in, terwijl Helmerzachtjes snurkte. Door het licht van de straatverlichting kon ze de kledingstukken op de grond zien liggen.

Ze sloop op haar tenen met haar bijeengeraapte kledingstukken naar de badkamer waar ze haar hoogblond geverfde haar nonchalant als een toren van Pisa opstak.
Daarna nam ze van het nachtkastje de helft van het geld en stak het achter haar bustehouder, waarna ze zachtjes de buitendeur in het slot trok.
Ze liep door de stille straten van de stad, die naast de straatverlichting her en der werd verlicht door vroegtijdig opgehangen kerstverlichting. Als ze stevig zou doorstappen dan had ze nog voldoende tijd om voor aanvang van haar dienst onder de douche te springen, een paar sterke bakken zwarte koffie achterover te slaan en een peuk te roken.
Het was vandaag de tweede dag van de Winterfair en als het zo druk werd als gisteren dan zou ze haar handen nog vol hebben aan al dat zeikvolk. Het had haar verwonderd dat men schaamteloos geld uit gaf aan workshops, lekkernijen en prullaria, maar nog te beroerd was om vijftig eurocent op haar schoteltje te gooien. Van lucht kan geen mens leven hè.

Eva gooide alle toiletdeuren open en checkte of ze schoon waren en van toiletpapier waren voorzien. Ze zuchtte een keer diep. Nog een klein uurtje voordat de bezoekers zouden komen. Ze streek nog wat lippenstift op haar lippen, drukte haar kapsel recht en ging zitten op het klapstoeltje bij het tafeltje voor de toiletingang. Haar mobiel rinkelde en ze glimlachte toen ze zag dat Helmer haar belde.
‘Wakker schat?’ sprak ze fluisterend.
‘Niet zo luid’ zei ze zachtjes en voorzichtig keek ze om zich heen.
‘Ja, huhuh… afgesproken… ja… net als gisteren… doe ik… doei’.
Man, wat snakte ze naar een peuk.

Ze nam haar pakje sigaretten en opende de nooduitgang, nam een stevige hijs en inhaleerde diep. Daarna liet ze de nooddeur op een kier.

*****

Giebelend, onder het genot van een drankje te veel, was afgelopen zomer tijdens het jaarlijkse buurtfeest het idee geopperd, zonder de mannen een dagje te shoppen en fröbelen op een Winterfair.

Eigenlijk was het niets voor Leida, maar ze had zich laten overhalen. Al had ze, alleen al bij de gedachten aan een hele dag rondslenteren, op een beurs afgeladen vol met huisvrouwen, pijn in haar botten en voetzolen. Ze had bij voorbaat een extra pijnstiller in haar handtasje gestopt.
‘Is iedereen er?!’ schreeuwde Anouk door de bus. ‘Rijden maar!’
‘Wie wil er koffie?!’ riep Ineke zwaaiend met de thermoskan, toen ze amper vijf kilometer hadden gereden.
‘Heb je niet iets sterkers?’ reageerde Janneke, die een belachelijke kerstmuts op haar hoofd zette.
‘Ze denkt zeker dat we naar de kerstmarkt in Münster gaan’, fluisterde Joke Leida in haar oor.
Leida grinnikte.
‘Hoe laat gaat de bus terug?’ vroeg ze.
‘We moeten er nog eerst heen mam’, zei Suus, waarna de andere dames proesten. Of de opmerking hilarisch was of gewoon de jolige stemming liet Leida maar in het midden. Ze hield gewoon van duidelijkheid. Zo raar was haar vraag toch niet?
‘Trek het je niet aan’, zei Joke. ‘Bij ons is het niet veel beter.’
‘Ja, maar jouw schoondochter woont in elk geval ver genoeg van je verwijderd.’ ‘Laten we vandaag genieten. Een dagje voor ons. Ieder huisje heeft zijn kruisje’, knipoogde Joke en tikte haar schouder zachtjes tegen Leida.
Leida knikte en er verscheen warempel een kleine glimlach rondom haar mond toen de buschauffeur meende zijn valse zangkwaliteiten te moeten delen met de rest.
‘Ik heb blokjes kaas mee, wie wil?’ vroeg Bertie.
‘Ik!’ riep Joke. ‘Of iemand anders moet andere oordoppen hebben meegenomen?’

Na een busrit van ruim twee uur waren vooral de oudere dames opgelucht dat ze de benen konden strekken en op zoek konden naar een toilet. In een hal vol sfeervolle lichtjes en vele standjes waren de richtingaanwijzers maar moeilijk te vinden.
Een vriendelijke, gezette vrouw bij de ingang vroeg of ze kon helpen.

‘Als u nog vragen heeft, er lopen genoeg dames rond met rode shirts met op hun rug in witte letters Winterfair geschreven. Zij kunnen uw vragen beantwoorden.’

*****

Eva zat haar nagels te vijlen en knikte vriendelijk wanneer ze het muntgeld op haar schoteltje hoorde vallen. Voordat ze het toilet binnenging kieperde ze de inhoud van het schoteltje in de zak van haar schort leeg. Ze was niet gek. Met een vochtige doek wreef ze over de brillen en gooide het papier dat naast de prullenbak lag in de vuilniszak. Ondertussen hadden meerdere dames het toilet verlaten, maar terug bij haar tafeltje was het schoteltje nog steeds leeg, zoals verwacht.

Een groepje jonge grieten stond iets verderop buiten gehoorafstand, maar aan hun reactie te zien was het duidelijk dat ze iets kwijt waren.

‘Wacht je hier?’ vroeg een oude grijze dame, die in haar handtas kennelijk zocht naar kleingeld, aan de andere vrouw op leeftijd.
Er werd een euro op haar schoteltje gelegd en beide dames liepen de toiletruimte binnen. Eva bedankte vriendelijk, maar schrok toen ze werd aangesproken door één van de jonge grieten.

‘Mevrouw, heeft u misschien een portemonnee gevonden op het toilet?’
‘Een portemonnee?’ herhaalde ze verbaasd, maar schudde gelijk haar hoofd.
Nee, die had ze niet gevonden. Ze verwees de meiden naar de organisatie.

‘Als ik iets vind dan geef ik het af aan hen’, zei ze beleefd en keek naar haar gevijlde nagels. Nog iets te lang, en ze pakte haar nagelvijltje er weer bij.

Toen één van de twee oude vrouwen de toiletruimte uitkwam werd haar dezelfde vraag gesteld door de jonge meiden, tot ergernis van Eva.
Ze versperden de doorgang, al kwam er op dat moment niemand aan.

‘Mevrouw, mag ik misschien zelf even kijken?’

Eva liet een verveelde zucht over haar lippen glijden. Ze zei niets maar gebaarde dat ze haar gang kon gaan, waarop het jonge meisje het toilet binnenging.

Nog geen dertig seconden later hoorde ze een ijzige gil waardoor Eva van haar klapstoeltje viel en voorbij werd gelopen door een horde grieten.

deel 2 - door Liesbeth Rörik

Eva snelt de jonge meiden achterna en al snel ziet ze wat de oorzaak is van het gegil. De tweede oude dame staat aan de grond genageld zodra ze het toilethok uitkomt. Ook zij slaakt een gil als ze ziet wat er uit het hokje naast haar vloeit. Ze stapt haar hok weer in en ontdoet zich van haar ontbijt.

Onder de deur van het hokje ligt een spierwitte hand, een pluk haar en er stroomt een dunne stroom bloed naar het afvoerputje in het midden van de toiletruimte. Eva grijpt snel in en stuurt iedereen de toiletruimte uit. Ook zij verlaat de ruimte en belt 112. Al zittend op haar klapstoeltje, voelt ze al het bloed uit haar wangen trekken en doet ze snel haar hoofd tussen haar knieën om te voorkomen dat ze flauwvalt.

Eva schrikt op als ze een hand op haar schouder voelt. ‘Mevrouw, gaat het met u?’ Ze schudt haar hoofd en knikt naar de toiletruimte. De agente die haar aansprak, loopt snel met een collega langs haar en staat met piepende schoenzolen in de toiletruimte stil. Ze hoort wat gepraat en vervolgens lijkt de agente iemand te bellen, want ze hoort een half gesprek. Wat is er aan de hand? Wat of wie ligt daar in het middelste toilethokje?

Op het scherm van haar telefoon ziet ze allemaal WhatsApp-berichten binnen komen. Zonder het toestel te ontgrendelen kan ze een deel van de berichten lezen. Wat?!? Helmer vraagt haar wie er vermoord is op haar toilet! Terwijl zij vlak naast die ruimte zit, weet kennelijk de rest van de wereld meer over wat er aan de hand is dan zij.

Ze ziet in haar ooghoek een groep mensen aan komen. Ze wil hen tegenhouden, maar ze blijken van de technische recherche te zijn. De agenten die als eerste ter plaatse waren, komen uit de toiletruimte en blijven bij haar staan. Ze willen haar een aantal vragen stellen, maar ze blokkeert volledig. Ze weet alleen dat ze twee oude dames de toiletruimte in heeft zien gaan. De eerste vrouw was al weg toen de jonge meiden over een verdwenen portemonnee begonnen. De tweede vrouw is weggegaan toen Eva al in de toiletruimte was. Ze heeft geen idee wie de dames zijn. Het is ook haar werk niet, ze hoeft alleen maar de toiletten schoon te houden. Inmiddels is haar baas gearriveerd, die geërgerd laat weten, dat hij als eerste op de hoogte gebracht had moeten worden. Ze hoort allemaal stemmen door elkaar, haar oren beginnen te suizen, ze voelt dat ze wankelt op haar benen. Alles begint te tollen en voor ze het weet, ligt ze op de grond en wordt alles zwart voor haar ogen.

*****

´Leida, wat is er met jou? Ik dacht dat je al terug was naar de rest van de groep, dus ik was al weggegaan. Je bent helemaal bleek. Voel je je wel goed?’ Joke voelt zich meteen rot nu ze ziet dat Leida er zo geschokt uit ziet. Ze had dus toch moeten wachten bij de toiletten, maar ze voelde zich niet op haar gemak door die meidengroep die daar stond. Ze hoopte dat Leida al naar de groep was gegaan, maar dat was dus niet het geval.

‘Heb jij niets gezien, Joke? Ik kwam uit het hokje omdat er gegild werd en zag daar die hand. Ik werd meteen zo ziek. Heb jij dat bloed niet zien stromen?’ Nu was het de beurt van Joke om geschokt te zijn. Ze had niets gezien, was na het handen wassen meteen weggelopen. Suus komt aangelopen met een serieus gezicht. ‘Hebben jullie het al gehoord? We moeten allemaal binnen blijven, want er is een auteur vermoord gevonden op een damestoilet.’

Leida buigt zich voorover boven de prullenbak en leegt voor de tweede keer haar maag. Wie is die auteur van wie zij het bloed heeft zien stromen?

deel 3 - door Daniëlle Henssen

Vaag op de achtergrond hoort ze stemmen. Ook haar naam wordt een paar keer genoemd. Langzaam ontwaakt Eva. Waar is ze? Wat is er gebeurd? Allemaal mensen die langs haar lopen en druk in de weer zijn. Dan ziet ze opeens Helmer boven zich.
‘Eva, Eva, wordt wakker. Gaat het weer een beetje?’

Voorzichtig probeert ze overeind te komen. Daar zit ze dan op de grond met de rug tegen de muur. De toiletruimte is inmiddels afgezet met lint en de politie probeert de mensen buiten het zicht van het drama te houden.
‘Wat is er gebeurd?’ vraagt Helmer haar dan weer. Maar ze weet het niet meer. Ze kijkt hem verdwaasd aan en het enige wat ze uit kan brengen is: ‘Er is iemand vermoord’.

Agente Saskia de Rooy kwam voor haar zitten. Zij was de eerste die aanwezig was nadat Eva 112 had gebeld. ‘Gaat het weer een beetje?’
Eva keek de agente aan, ze wist niet echt hoe ze zich moest voelen. Nog steeds was het voor haar onduidelijk wat er nu allemaal was gebeurd. 
‘We zouden u graag even wat vragen willen stellen, als u daartoe in staat bent’, zei de agente. ‘Laat u maar even weten wanneer het schikt, we zijn hier toch nog voorlopig bezig’.
Eva kon alleen maar knikken en de agente was alweer verdwenen. En ook Helmer zag ze nergens meer.

De dames hadden zich in het restaurant gezet om even bij te komen van de schrik. Leida zat nog steeds te trillen en kon het beeld dat ze had gezien maar niet weg krijgen. Al snel was agente De Rooy bij haar gekomen om enkele vragen te stellen, maar veel kon ze haar niet zeggen. Ook Joke die samen met Leida naar het toilet was gegaan had niet meer kunnen toevoegen, zij had per slot van rekening helemaal niks gezien.

****

Helmer stond in een verlaten hoekje een sigaret te roken. Hoe ging hij het Eva vertellen? Was het dan toch waar wat hij zojuist gehoord had? Hij had daar buiten gestaan en wilde net zoals gisteren Eva een beetje gezelschap gaan houden om de saaie dag te doorbreken. Hij had natuurlijk geen kaartje willen kopen, daarom hadden ze afgesproken dat Eva de nooddeur op een kier zou laten staan. Zodat hij stiekem naar binnen kon sluipen. Daar had hij dan ook gretig gebruik van gemaakt.

Hij was nog maar net binnen toen hij per ongeluk tegen een vrouw botste. Ze keek hem verbaasd aan en hij verontschuldigde zich meteen. Ze zag er charmant uit met haar mooie rode jurk en om indruk op haar te maken stelde hij zich voor als een van de organisators van de Winterfair. De vrouw had zich aan hem voorgesteld maar hij was, door haar verschijning, helemaal vergeten hoe ze heette. Ze hadden nog even staan praten en het leek of ze in ieder geval dik tevreden was over de organisatie van de Winterfair. Al snel had ze zich verontschuldigd en voor hij het in de gaten had stond hij weer alleen.

Aan zijn rechterzijde zag hij een grote groep meiden staan. Hoorde hij het nu goed of verbeeldde hij het zich nu alleen maar? Een stem kwam hem ergens bekend voor, hij kon alleen niet goed zien bij wie deze stem hoorde. De meiden praatte allemaal door elkaar en er was ook veel gegiechel. Och, hij zou zich wel vergissen. Dit kon echt niet. Niet één van die meiden. In gedachte gaat hij nog eens terug naar het moment dat hij daar buiten had gestaan. Vaag had hij de woorden opgevangen. De persoon was voorovergebogen langs hem gelopen. Ze had iemand aan de telefoon. Een onsamenhangend gesprek. Enkele woorden waren hem bij gebleven, maar het had zo verwarrend geklonken dat hij er verder geen aandacht aan had besteed.

deel 4 - door Jack Schlimazlnik

Saskia de Rooy staat zuchtend tussen het tumult bij de toiletten. Dat er een auteur dood is, is als een lopend vuurtje de Winterfair rondgegaan. Ze heeft het bericht op haar WhatsApp voorbij zien komen. Niemand weet nog welke auteur het is, maar daar zal ze gauw genoeg achter komen, want in de goed verwarmde serre waar de auteurs zullen signeren zal vast wel een lege plaats aan de signeertafel zijn. Het is dus niet haar eerste zorg. Ze moet weten wie de dader was. Die loopt nog vrij rond.

Helaas heeft het hoogblond geverfde vrouwtje met de geur van zware shag niet veel zinnigs kunnen zeggen, verbijsterd als zij was over de puinhoop bij haar pleehokjes. Aan het signalement dat ze heeft gegeven van de oudere dames -kort, pittig kapsel, rode jurk, stevige stappers- heeft agente De Rooy niet veel, want dat soort dames gaan er dertien in een dozijn op de Winterfair. Maar kunnen die dames de daders zijn van een móórd?
En dan was er ook nog die zaak van die verdwenen portemonnee. Had de dader die misschien meegenomen? Of toch die oudere dames die het toilet hadden bezocht vlak voor de moord werd ontdekt? Vragen, allemaal vragen, en ze wilde nog naar het eindejaarsgala van het regioteam die avond.

Ze vraagt zich af hoeveel mensen er naar de toiletten komen. Ze denkt aan de schortzak vol kleingeld van Eva Jongstra, die rammelt als ze loopt. Zou zo iemand geen andere dromen hebben dan dagelijks toiletten schoonmaken? Wat levert dat nou helemaal op?

‘Sas, kom je?’ Inspecteur Jeroen Vrieswijk staat naast haar. 'We doen een briefing in de serre, voordat zo dadelijk de auteurs komen.’

Saskia loopt hem achterna, dwars door de Winterfair menigte waar de dresscode duidelijk rood is. Ze gaat zitten terwijl Vrieswijk achter het katheder gaat staan, pal naast de kerstboom. Hij draagt zijn galakostuum al en doet daarmee niet onder voor de kerstboom als het om glimmen en schitteren gaat. Collega’s in burger gaan naast Saskia zitten. Nieuwsgierigen drommen voor de deur, die door brigadier Van Os hard wordt dichtgeslagen. De kristallen kroonluchter rammelt ervan.

'Wat we hebben is een moord,’ zegt Vrieswijk. 'Op Hermien Spaargaren.’

'Hoe weet jij dat?’ flapt Saskia eruit.

'Doordat haar portret op haar nieuwste bestseller staat.’ Hij pakt een boek op van de lange signeertafel en laat de achterkant zien. Op de voorkant staat in bloedrode letters de titel: Doorgetrokken.

'Ze heeft een steekwond in de borststreek, de schouwarts heeft de dood vastgesteld. Autopsie zal uitsluitsel moeten geven over de precieze doodsoorzaak. De hand die is gevonden is niet van het slachtoffer, althans niet van nature, want zij heeft beide handen nog aan haar lichaam. Het is vermoedelijk een mannenhand. Een linkerhand.’
Van Os schraapt zijn keel. 'Van de dader?’
Saskia rolt met haar ogen. 'Zijn er sporen van de dader?’ vraagt ze.

'Het damestoilet heeft een nooduitgang direct naar buiten. Daar hield een man zich volgens enkele getuigen verdacht op. Eén van de getuigen, de charmante freule Van Sevenaer tot Achthoven, heeft hem gesproken. Hij zei een van de organisatoren van de Winterfair te zijn, maar had geen rood shirt aan. Het kan zijn dat hij een insluiper is, want de buitenvergrendeling van de deur was los. Ook zijn er bij de nooddeur bloedsporen gevonden.’

Brigadier Van Os heeft zijn aandacht inmiddels bij de deur van de serre naar de hal, die op een kier staat. Hij spreekt gehaast maar zacht met een stevige man in een groot wit schort, vol bloedvlekken.

Dan sluit hij de deur en kijkt naar Vrieswijk. 'Jeroen, die meneer wil aangifte doen van diefstal. Hij heeft een kraam met huisgemaakte worst en fijne vleeswaren van Veluws wild. Zijn messenset is gestolen.’

****

'Mam, wanneer gaat de bus terug?’ Suus kijkt wat angstig naar haar moeder. Nepsneeuw dwarrelt langs in de sfeervol verlichte hal. 'Nu even niet,’ zegt Leida tegen haar dochter. 'De politie wil dat we in de buurt blijven voor als ze nog vragen hebben of wanneer wij ons nog iets herinneren.’ Ze moet steeds aan al dat bloed denken. Ze voelt zich wat licht in het hoofd, misschien van alle pijnstillers die ze met Glühwein heeft weggewerkt. Toch wil ze ook blijven om een gesigneerd exemplaar van Doorgetrokken in handen te krijgen. Hermien Spaargaren mag dan een kreng zijn, denkt Leida, er verschijnen wel de beste thrillers van haar hand!

****

'Eva.’ Helmer hangt tegen de muur naast het klapstoeltje van de toiletjuffrouw. 'Ik hoorde iemand iets raars zeggen, vlak voordat … voordat …’ Hij knikt in de richting van het middelste toilethokje, de plaats delict met linten van de politie is verzegeld. 'Iemand kwam voorbij, ik hoorde haar zeggen “Ik heb doorgetrokken”. Denk ik. Nu ik er goed over na heb gedacht. Dat is toch raar?’

Eva haalt haar schouders op. Vandaag is alles raar. Ze neemt nog een stevige hijs van haar sigaret, de laatste uit het pakje van die dag.

deel 5 - door Suzanne Lemaire

Eva kijkt Helmer aan. Zijn woorden dringen nu pas tot haar door. Doorgetrokken? Zou dat iets met die schrijfster te maken hebben? Die had toch een boek geschreven met deze titel?
‘Helmer, je moet dat aan de politie melden!’, zegt Eva ‘Zeg, ik ben niet gek hoor; ik ben wel gratis binnengewipt.’
‘Ja, maar je hebt waarschijnlijk de moordenaar gezien.’, dringt Eva aan.
Helmer heeft al spijt iets tegen Eva gezegd te hebben. Nee, hij gaat mooi zwijgen, niks mee te maken. Mijn naam is haas. ‘Ik heb dringend een drankje nodig’ en hij verdwijnt naar binnen. Eva blijft verdwaasd achter.

Leida zit maar stil op haar stoel. Dat zij dit nu juist moet meemaken. Zou ze Henk bellen? Nee, beter niet. Even gleed een glimlach over haar lippen.
De avond tevoren was Henk thuisgekomen met een gezicht van kinderlijke blijdschap.
Zijn armen vol met dozen en tasjes en pakjes.
Leida keek hem verwonderd aan.
‘Ach’, zei Henk, ‘morgen ben jij met de meiden toch naar die Winterfair? Daar maak ik gebruik van om de kerstboom op te tuigen. En het is al zoveel jaren zilver, dus ik dacht : laten we eens nieuwe versiering kopen. Ik heb alles ‘rood’ gekocht. Wat denk je? Vandaag is rood….de kleur van de liefde…toch?’
Henk ging altijd volledig mee met het kerstgebeuren. Als ze hem nu zou bellen, was zijn dag verknoeid en dat wilde ze hem niet aan doen….
Ze slaakte een diepe zucht. Waarom was ze ook meegegaan?
Hoelang zou dit nog duren? Suus was zich ook al aan het vervelen….

Ondertussen was de Winterfair in volle gang. Nochtans liepen vele nieuwsgierigen in de richting van de toiletten. Ramptoeristen ja.. Saskia had de grootste moeite alles in goed banen te leiden en de kalmte te bewaren. De vriendinnen zaten ook sip te kijken. Wat beloofde een gezellige dag te worden, viel helemaal weg. Anouk nam de leiding en maande hen aan om van deze dag toch nog iets leuks te maken. En ze wandelden verder op zoek naar een workshop. Ze lieten deze dag niet verknoeien. Leida kon nog niet weg want Saskia van Rooy moest haar nog verder ondervragen. Suus wou bij haar blijven maar Leida spoorde haar aan om mee te gaan met de anderen.

Er stond een vrouw bij de politie een beetje opgewonden te praten. Ze beweerde dat de man die stilletjes in de gang stond aan de nooduitgang, herkend te hebben. Ze had geprobeerd met hem contact te zoeken, maar hij negeerde haar. Plots zag ze hem en wees hem met haar vinger aan. ‘Daar! Dat is hem!’
En ze wees Helmer aan.

‘Verdorie’, dacht Helmer, ‘daar was die vrouw van de gang weer. Wat! Ze wees hem aan!’ Hoe kon hij ontsnappen?
Te laat…twee mannen kwamen naar hem toe en vroegen hem beleefd mee te komen.
Het zweet brak hem uit. Eva zag hem voorbijkomen en voelde een lichte wrevel. Waarom was hij met zijn informatie niet direct naar de politie gestapt?Tenzij…..neen hij zou er toch niks mee te maken hebben? Hoe goed kende ze hem eigenlijk echt? Helemaal gerust was ze er toch niet op. Ze snakte naar een sigaret.…

deel 6 - door Martine Veirman

Onder het genot van haar sigaretje nam Eva alles nog eens door van de dag dat ze Helmer voor het eerst, toevallig ontmoet had, nu 6 maanden terug. Ze kon het zich nog herinneren alsof het gisteren was. Ze wou net afsluiten en haar ronde doen om alle toiletten na te kijken en dan vlug de fiets op naar haar huisje. Om daar helaas terug de avond in eenzaamheid door te brengen. Net toen ze bij het laatste toilet kwam bij de heren klopte hij aan. Helmer stond daar in gans zijn pracht, ja hij was prachtig, ze was op slag verliefd, zo een gevoel had ze op haar leeftijd niet meer voor mogelijk gehouden. Hij had haar gevraagd of hij nog vlug kon plassen. Hij zou heel proper zijn. Niet naast de pot plassen. Had hij al lachende gezegd. Maar al had hij alles onder geplast, ze zou nog met die dromerige glimlach staan knikken hebben, woorden kwamen er toen niet direct uit.

Gelukkig voor haar duurde het even en was ze terug tot haar positieven gekomen. Hij was nog even blijven staan om een praatje te maken over de mooie hallen waar ze stonden en had afscheid genomen. De volgende avond herhaalde zich het zelfde scenario, tot zelfs 4 keer toe.

Eva had toen al haar moed bij elkaar geraapt en hem gevraagd hoe het toch kwam dat hij telkens als laatste binnen wipte bij het plaslokaal. Al blozende had ze toegehoord hoe hij haar als excuus gebruikt had. Hij zie dat hij iedere avond had gewacht tot zij aan het afsluiten was, zo kon hij nog even extra met haar praten zonder dat er anderen kwamen om te plassen. Wat had ze dat lief gevonden. Ja toen hij daarna met haar thuis belandde schreef ze het toe aan zijn lieve woorden.

Ondertussen zat Leida maar te wachten en te wachten. Die Saskia mocht nu wel komen en haar ondervragen. Ze hield het niet veel langer meer. Straks zou ze zich nog een verdachte gaan voelen. En over verdacht gesproken, nu ze alle tijd had begon ze na te denken over die meiden. Het groepje dat haar had aangesproken over een verloren portemonnee. Ze begon één voor één hun gezichten na te gaan. Gelukkig had Leida al van kind af aan een fotografisch geheugen, zo kon ze alle details terug oproepen. Er waren er 6 toen ze aankwam aan de toiletten, ze had nog gevraagd om even aan de kant te gaan, met tegenzin hadden ze een beetje plaats gemaakt. Ondertussen hoorde ze er eentje vragen om een verdwenen portemonnee aan de toiletdame. Ze had nog gedacht, ‘die meiden alles verliezen en de ouders zullen wel gaan werken voor de kosten’. Toen ze uiteindelijk de plaats delict had verlaten, stonden de meiden terug in de weg. Maar…..er waren er maar 5 meer. Nu even goed nadenken. De blonde met lang haar, de kleine met het roze mutsje, de meid die om de portemonnee vroeg, eentje met zwart punk haar, eentje met een kerstmuts op en…het meisje met het rode haar, waar was die gebleven?

Leida stond op en ging zelf op zoek naar Saskia de Rooy, dat was iets dat ze kon vertellen, wie weet kon het van nut zijn.

Nog steeds in gedachten verzonken zat Eva op haar stoel. Het klopje van Jeroen Vrieswijk deed haar dan ook zo opschrikken dat ze bijna van het stoeltje viel. Jeroen verontschuldigde zich en vroeg of ze even mee kon komen naar het kamertje dat tijdelijk dienst deed als ondervraagkamer.

Het koud zweet brak haar uit. Hij heeft het gedaan, mijn Helmer was het. Trillend op haar benen volgde ze de man. Ze voelde zich als een kip die naar de slacht gebracht werd. Eenmaal binnen vroeg hij haar om plaats te nemen, hij zou zo komen om haar wat vragen te stellen. Kon hij haar een glaasje water meebrengen?  vroeg hij bij het naar buiten gaan. Dat aanbod sloeg ze niet af.

Haar gedachten gingen verder. Naar de eerste nacht samen. Heerlijk, meer woorden waren er niet voor nodig. Hij was elke avond na haar werk haar komen ophalen en samen naar haar huis gegaan. Op vragen over zijn werk of zijn eigen leven voor haar, was hij altijd wat bescheiden en teruggetrokken geweest. Na lang aandringen kwam ze te weten dat hij voor een uitgever werkte. Soms schreef hij ook kleine verhaaltjes had hij haar toevertrouwd, helaas niet goed genoeg om te publiceren. Ze had er eentje gelezen en vond het best goed, maar wie was zij om daar over te oordelen, ze las normaal enkel stationsromannetjes, of de Mammie reeks. Nu ze er over nadacht, een uitgever, welke was het ook weer? Verdorie, ze kon er niet op komen, het lag op het puntje van haar tong. Zeker niet dezelfde waar het slachtoffer bij was geweest. Helmer had het er nog over gehad dat het boek ‘Doorgespoeld’ terug nummer één zou worden. Klonk er toen niet wat jaloersheid in zijn stem door? Of ging haar geest nu met haar een loopje nemen, zodat ze alles verdacht zag. Of niet? Had Helmer er toch iets mee te maken, was hij ingehuurd, was zij zijn hulpje zonder dat ze het wist, was hij daarom bij haar????

Saskia stond met de meidengroep te praten toen Leida haar vond. Ze keek het groepje na en Leida vroeg heel duidelijk om de aandacht te trekken van de door elkaar kwebbelende meiden, ‘waar is het meisje met het rode haar?’ Het werd muisstil, de meiden keken haar aan alsof ze dachten dat Leida gek was. Het meisje met de kerstmuts nam het woord . ‘Sorry mevrouw, wij zijn maar met ons vijf en geen van ons heeft rood haar, u zult zich vergist hebben.’ Leida nam Saskia apart, en maakte haar heel duidelijk dat er 6 meiden waren voor het toilet en eentje met rood lang haar, ze was toch zeker niet blind??

Nog steeds kwam er volk binnen gestoomd in de hallen. Niemand maakte zich nog druk over de moord, wat konden mensen toch vlug opgaan in iets anders, alles was zo vluchtig. Vanachter de balie van de jassen en verloren voorwerpen stond er iemand alles heel nauwlettend te observeren.

deel 7 - door Heidi de Jonge

Eva zat zenuwachtig met haar handen te friemelen en pulkte er wat loszittende velletjes af. Waar bleef Jeroen Vrieswijk? Hij zou alleen maar wat water voor haar ophalen, ongeduldig keek ze op haar horloge. Ze zat hier nu al vijf minuten. Onrustig wiebelde ze heen en weer op het stoeltje, wat normaal in het voorraadhok stond. Haar gedachten gingen weer terug naar Helmer, ze groef diep in haar geheugen. Was haar de laatste tijd wat opgevallen aan zijn gedrag? Oké, hij dronk wat meer, ook leek hij soms wat afwezig. Een doorzichtige hand leek haar maag samen te knijpen, een misselijk gevoel maakte zich meester van haar. Maar dit hoefde toch niet direct te betekenen dat hij wat met de moord op Hermien Spaargaren te maken had? Vlug probeerde ze die gedachten weg te drukken. Waarom zou hij ook? Een diepe zucht ontsnapte uit haar lijf.
Plotseling kierde de deur open, Eva schrok op uit haar gepieker en ging rechtop haar stoel zitten.
‘Mijn excuses voor het lange wachten, ik kreeg een telefoontje tussendoor dat ik even moest beantwoorden,’ verklaarde Jeroen, terwijl hij een glas water voor Eva neerzette.
Hij schraapte zijn keel en ging tegenover haar zitten, intussen diepte hij zijn notitieboekje uit zijn jaszak en keek haar doordringend aan. Er trok een koude huivering door haar lichaam, dit was misse boel, angstig keek Eva Jeroen Vrieswijk aan. Bang voor wat er komen ging.

 Inmiddels begon het buiten schemerig te worden. De duisternis zou nu snel als een zware, donkere deken over de Winterfair heen vallen. De wind begon harder te waaien, de takken aan de bomen leken een huiveringwekkende dans te doen, alsof ze wisten wat zich hier allemaal af had gespeeld en zwiepten gevaarlijk heen en weer. Het was ijskoud, met trillende vingers probeerde ze haar jas hoger dicht te ritsen. Onrustig keek ze om zich heen of niemand haar zag en beende toen vlug door het bevroren gras richting de sloot iets verderop. Het gekraak wat elke stap die ze zette maakte leek te roepen, ‘Hier is ze, pak haar!’ Toen ze bij de sloot was aangekomen, keek ze nogmaals om zich heen, zodat ze zeker wist dat niemand haar zag en viste toen het mes uit haar tas, aan het lemmet kleefde bloed, en liet het toen voorzichtig in het water vallen. De plons die het mes maakte leek door de omgeving te echoën. Daarna pakte ze haar mobiel uit haar broekzak, klapte het open en typte een WhatsApp bericht in, ‘Gelukt hoor, waar zit je?’ en verzond het. Haar hart roffelde tegen haar ribbenkast aan, ze waren er bijna. Dit kon niet meer misgaan. Haar gejaagde ademhaling zorgde voor stoomwolkjes, die uit haar mond leken te vluchten.
Net zoals als zij nu op de vlucht was, maar het was bijna voorbij.
Een gelukzalig gevoel trok door haar lijf en leek haar even te verwarmen.  

Saskia keek op de klok die in de gang van het gebouw hing en nam een slok van haar koffie. Ze sloeg haar handen om de mok en hoopte dat ze zo haar handen wat kon warmen. De gesprekken die ze had gehad met de meidengroep en Leida hadden tot nu toe bitter weinig opgeleverd. Eén ding wist ze zeker, dat eindejaarsgala kon ze wel op haar buik schrijven.In de verte zag ze brigadier Van Os op haar af stormen, hij leek haast te hebben. Buiten adem kwam hij bij haar aan, ‘De Rooy, we hebben nog een lijk,’ hij nam een hap lucht en vervolgde zijn verhaal, ‘hij mist een hand, z’n linker,’ voegde Van Os eraan toe, even leek hij zijn hoofd te laten hangen. ‘Waar?’ vroeg Saskia en keek van Os vragend aan.
‘Vooraan bij de parkeerplaats…’

Saskia wachtte het verhaal niet meer af maar stoof naar buiten.

deel 8 - door Renée Snijder

Ze tuurde snel de parkeerplaats af en zag al snel een aantal mensen naar de grond kijken. Een hijgende brigadier Van Os stond inmiddels naast haar. Samen liepen ze in rap tempo naar de groep mensen die in een grote boog om het slachtoffer stonden. Sommige mensen willen ook niets missen… Enkelen waren zelfs druk aan het appen om iedereen te vertellen wat er gebeurd was en dat zij erbij waren.

Saskia had inmiddels al heel wat plaatsen delict bezocht, maar het gaf haar altijd nog een vreemd gevoel in haar maag. Dit keer helemaal, omdat ze een afgehakte hand wel een heel luguber idee vond. Ze keek voorzichtig naar het slachtoffer dat nog op zijn buik op straat lag. Ze had een grote plas bloed verwacht, maar dat viel haar juist alleszins mee.
Er was inmiddels ook al iemand van het forensische team gearriveerd. Ze waren immers al in de buurt vanwege de moord in het toiletgebouw. Samen stuurden ze de thrillseekers op grotere afstand.

Eva had inmiddels ook begrepen dat er nog een dode gevonden was en verwachtte half dat het Helmer zou zijn. Het gaf haar wat een dubbel gevoel. Ze zou hem in dat geval zeker gaan missen, maar als hij het was en hij inderdaad mededader was, dan zou ze zo snel ook niet aan hem gelinkt kunnen worden, want ze maakte zich er ernstig zorgen over of ze als mededader beschouwd zou worden als Helmer werkelijk schuldig zou zijn.
Ze was ver weg met haar gedachten toen Jeroen Vrieswijk eindelijk tijd had om het gesprek te starten. Hij vroeg haar hoe haar dag verlopen was. Was ze nog in de toiletruimte zelf geweest? Had ze opvallende dingen gezien of gehoord? Waren er bepaalde mensen haar opgevallen?
Over de eerste vraag was ze behoorlijk gepikeerd. Natuurlijk was ze in de toiletruimte geweest. Ze was tenslotte een goede toiletjuffrouw. Wat meende die vent wel niet! Ze maakt er geen potje van. Haar toiletpotten glommen je altijd tegemoet en geurden altijd fris. Ze maakte de toiletten altijd zingende schoon. ‘Chlooo, oooo, oorrr ja en wat déooo’.
En nee, ze had niets bijzonders gezien of gehoord. Die vent had voor haar totaal afgedaan, haar zo lang laten wachten en dan nog eens van die vragen waaruit bleek dat hij haar werk niet serieus nam… Hij zoekt het zelf maar uit!
Ze smachtte naar een sigaretje.

Leida voelde zich niet erg serieus genomen door Saskia. Saskia had maar nauwelijks de tijd genomen om naar haar te luisteren. Leida had het gevoel dat Saskia teveel naar de vijf meiden geluisterd had, die aangegeven hadden dat er echt geen zesde was en ze niemand met rood haar hadden zien lopen. Ze was de anderen ook nog eens kwijtgeraakt in de drukte, omdat ze er met haar hoofd niet bij was. Doelloos liep ze rond op de fair. Die hele akelige fair kon haar inmiddels gestolen worden, maar ze moest het toch echt nog een paar uur volhouden. De organisatie had immers besloten niet teveel ruchtbaarheid aan de beide moorden te geven en het feest gewoon door te laten gaan. Er moest natuurlijk geld in het laatje komen en dan helpt eerder sluiten niet bepaald. De standhouders zouden hun geld terug eisen.

deel 9 - door Ann Koenzen

Saskia liet haar mobiel in de zak van haar colbertje glijden, ze had net contact gehad met het hoofdbureau. De reeds op de Winterfair aanwezige pers was druk bezig geweest om de inmiddels dubbele moord via de sociale media te verspreiden en nu ging ze op zoek naar iemand van de organisatie. De fair plus parkeerterrein was plaats delict en moest worden afgezet zodat de sporen konden worden veiliggesteld. Het al aanwezige publiek moest stuk voor stuk worden ondervraagd, daarvoor waren er al extra agenten onderweg. Geen eindejaarsgala dus vanavond, damn en ze had zich er zo op verheugd. Ze sloot heel even haar ogen en zag zichzelf in haar nieuwe sexy avondjurk, innig dansend met Jack de Groot, de lange knappe technisch rechercheur waar bijna alle vrouwen van het bureau slappe knieën van kregen…zij net zo goed. Helaas voor haar en al die andere dames was Jack al jaren samen met Jeroen. Ach ja, dromen mag altijd natuurlijk.

Ze opende haar ogen en keek recht in het gezicht van Jack. ‘Sta je nou weer van mooie mannen te dromen?’ vroeg het onderwerp van een groot deel van haar fantasieën. ‘Altijd Jack, dat weet je toch’, grapte Saskia. Hij moest eens weten dacht ze. ‘En waar gaan die dromen dan over?’ fluisterde Jack vervolgens plagend in haar oor. ‘Dat gaat je geen reet aan, kom we hebben werk te doen.’ Saskia begon richting de uitgang te lopen waar Jeroen samen met Van Os inmiddels met iemand van de organisatie stonden te praten. Saskia kon van een afstand al zien dat de dame in kwestie het niet eens was met het besluit van de twee heren. Ze stond druk te gebaren in haar rode trui met witte letters.

Bij het groepje aangekomen begroette Jack brigadier Van Os met een hoofdknik en Jeroen met een hand op zijn schouder. Van Os wees naar het met rood/wit lint afgezette gedeelte. ‘Ze wachten daar al op je De Groot’. Jack liep direct door naar plaats delict nummer 1. ‘Saskia als jij met mevrouw Van Gameren meeloopt, ze zal je de ruimte wijzen waar we de getuigen zo meteen heenbrengen. Van Os trok zijn das recht en zei tegen Jeroen ‘laten wij nog een keer met die Helmer gaan praten, ik heb het idee dat hij wat achterhoudt, dat hij meer weet dan dat hij ons tot nog toe verteld heeft.’ Jeroen knikte ‘dat idee heb ik ook, en ik heb ook zo mijn vermoeden dat hij die toiletdame Eva beter kent dan dat hij doet voorkomen’. De beide heren liepen in de richting van een kantoortje, provisorisch ingericht als onderzoekskamer.

Eva had spijt dat ze niet een extra pakje sigaretten in haar tas had gedaan, al zou ze hier nu toch niet mogen roken. Helmer had vast nog sigaretten, maar ze had hem niet meer gezien sinds hij was meegenomen door die 2 rechercheurs. Ze hoopte toch echt niet dat hij er iets mee te maken had, het idee al die tijd naast een moordenaar in bed gelegen te hebben bezorgde haar kippenvel. Ze schoof een blonde lok achter haar oor, haar ogen hadden een vermoeide blik. Pfffff, wie had dit nou vanmorgen gedacht, toen ze zich uit Helmer armen liet rollen en zich klaarmaakte voor haar werk. Ze had altijd al een hekel aan de Winterfair gehad en nu beloofde ze zichzelf om er nooit meer een voet te zetten. Een kutfair was het, ze liep nu ook een heleboel tips mis, al waren al die wijven meestal zo gierig als wat. Ze gaven een vermogen uit aan zo'n klote kerstbal maar 50 cent voor het toilet vonden ze teveel.

Met een ‘Ik kom er zo aan’ liep Jeroen Vrieswijk naar buiten, naar plaats delict nummer 2. Jack was er inmiddels ook en met een knik begroette hij Jeroen. Ze mochten dan meer dan 8 jaar een stel zijn op het werk waren ze collega’s. Weten we al iets meer van de man zonder hand vroeg Jeroen aan Jack. Nope, deze John Doe heeft geen legitimatie bij zich, sterker nog al zijn zakken waren leeg, geen portemonnee, geen sleutels, helemaal niks. Ze zijn nu aan de hand van foto’s op de mobiel van Hermien Spaargaren aan het uitzoeken of de twee elkaar kenden. Een ding kan ik je al wel vertellen het slachtoffer is hier niet vermoord.’ Jeroen keek Jack vragend aan, ‘Weet je het zeker?’Kijk’, zei Jack ‘Daar lopen sleepsporen en die komen uit bij bandensporen van een wat groter type auto, een vrachtwagen of een bus.’ ‘Nou die zijn hier genoeg geweest’, zei Jeroen. ‘Touringcars, leveranciers etc. Dat wordt een latertje vandaag.’ Jack knikte, ‘Geen gala voor ons, al ben ik daar niet rouwig om, het scheelt me weer een dans met de vrouw van de hoofdcommissaris’,  knipoogde Jack. Van Os kwam met snelle pas aanlopen en voegde zich bij de beide heren, ‘Ze hebben de portemonnee gevonden zei hij. Hij lag in de stortbak van een van de toiletten.’

Ondertussen zaten Anouk, Joke en de andere dames te wachten in het restaurant. ‘Denk je dat ze mama nog heel veel langer zullen ondervragen?’ vroeg Suus aan niemand in het algemeen. ‘Ze is al een hele tijd weg en ik maak me best zorgen, ik ga aan die agente daar vragen of ik naar haar toe mag.’ Voordat de andere dames iets konden zeggen liep Suus al richting Saskia. Halverwege stond ze ineens stokstijf stil en trok helemaal wit weg. ‘Wat deed papa hier nou en wat stond hij nou te smoezen met die vrouw?’

De ontknoping! - door Alexander Roessen

In het restaurant steeg de kerstmuziek boven het geluid uit van de tientallen kletterende borden en glazen. De groep vrouwen kon elkaar amper verstaan. Driving home for Christmas, with a thousand memories. De kerstsfeer hing er gezellig bij, en dat op eind november. Ze hadden kort wat over de beurs gelopen op zoek naar een leuke workshop maar besloten weer terug te keren om op Leida te wachten. Waar bleef ze toch? Bertie was nog maar eens wat thee en appelpunten gaan halen.
‘Vind jij het ook niet belachelijk dat kerst steeds vroeger begint?’ zei Anouk en keek hoofdschuddend naar de verblindende kerstverlichting in de hal. In het restaurant begon het al aardig druk te worden. Nu er een complete toiletgroep was afgezet, moest iedereen gebruik maken van de enige andere toiletgroep in de hal. Veel bezoekers wilden dan ook niet al te ver door het enorme gebouw wandelen; met al die hapjes en drankjes die onderweg aangeboden worden is een bezoek aan het toilet nooit ver weg. Bovendien was nu ook de parkeerplaats om onduidelijke redenen afgesloten, waardoor veel bezoekers het terrein niet eens afkonden.
‘Nou, inderdaad. Buiten is iedereen nog druk met Sinterklaas, maar hier vliegen de rendieren je om de oren. Leuk zo'n winterfair, maar ik haal alle feestdagen door elkaar. Ik zal blij zijn als het januari is, dan kunnen we weer aan onze lijn gaan denken. Ik kom al 5 kilo aan door alleen te kijken naar al deze lekkernijen. En niet alleen het snoep is om van te smullen. Moet je hem zien,’ Ineke kon haar blik maar moeilijk afhouden van een van de hulpjes van de Kerstman, een schaars geklede elf die bij een van de stands winterse lekkernijen uit stond te delen van een bijna leeg dienblad.
‘Het kan mij niet vroeg genoeg kerst zijn. Sinds de kinderen het huis uit zijn, vieren we helemaal geen Sinterklaas meer. Laat mij maar lekker lang kerst vieren. Dan hoef ik me ook niet druk te maken over Zwarte Piet, met of zonder regenboogkleuren,’ Janneke schudde enthousiast met haar hoofd om de balletjes aan haar kerstmuts te laten rinkelen.
‘Ja, maar jij bent niet lekker bij je hoofd,’ riep Anouk en gaf Ineke lachend een por in haar zij. Bertie kwam net aangelopen met een vol dienblad. Zes kopjes thee en voor iedereen een appelpunt.
‘Heb ik weer wat gemist?’ vroeg ze terwijl ze het dienblad midden op tafel neerzette.
‘Janneke zit met haar ballen te schudden,’ antwoordde Anouk, proestend van het lachen.
Joke zuchtte: ‘Het zijn ook altijd dezelfde. Je kunt ze nergens mee naar toe nemen. Hé, waar is Suus nu opeens naartoe, ze zou toch naar die politieagente lopen?’ Ze probeerde Suus in de menigte te spotten. Bij een van de stands zag ze Suus een vrouw op de rug tikken. “Workshop ´Uw plot op papier´ door Mildred de Koning”, was op het reclamebord boven de stand te lezen. Hier geen schaars geklede elven, maar een vriendelijke, gezette jonge dame met kort rood haar die haar kennis over het uitgeven van boeken overbracht aan een groepje geïnteresseerden.

************

Jack en Jeroen liepen terug de hal in. Er waren genoeg collega’s op de oproepen afgekomen, sommigen zelfs al in gala kostuum, dus reden genoeg om het verhoor van mevrouw Jongstra en die Helmer af te ronden. De forensische recherche liep het afgesloten parkeerterrein minutieus na, maar de plaats delict was al zo vervuild geraakt door alle komende en vertrekkende bezoekers dat het niet mee zou vallen om er bruikbare aanwijzingen uit te halen.
Een eerste schouwing had uitgewezen dat de linkerhand uit de toiletgroep inderdaad hoorde bij het lichaam op de parkeerplaats. De kans was ook klein dat er nog iemand een hand zou missen, dus was het niet meer dan logisch om de hand aan deze arm te koppelen. De gerafelde einden van beide kanten van de pols sloten naadloos aan elkaar, ook de verkleuring van het vlees leek te bewijzen dat hand en lichaam ongeveer even lang geleden van elkaar gescheiden waren, waarschijnlijk nadat het slachtoffer al was overleden gezien de donkere kleur van het bloed. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen of hun voorlopige conclusies klopten. Het was beter om af te gaan op een deskundige voorlopige conclusie, dan een amateuristische eindconclusie.
‘Denk jij dat die Eva er iets mee te maken heeft?’ Jack pakte Jeroen bij de arm terwijl ze de hal binnenstapten. Het viel niet altijd mee om professioneel te blijven, zelfs niet na 8 jaar. Wanneer niemand het ziet, is een aanraking altijd een fijn rustmoment.
'Volgens mij is die Eva zich van geen kwaad bewust. Als je schuldig bent, bel je toch geen 112? Of bel je juist met 112 om jezelf vrij te pleiten als verdachte? Nee, daar zie ik haar niet voor aan. Ze is oprecht, dat weet ik zeker.’ Jack sloot de deur achter zich en samen liepen ze naar het geïmproviseerde kamertje waar Helmer al die tijd zat te wachten.
'Wil jij tegen Saskia zeggen dat ze Eva kan laten gaan, maar zich nog wel beschikbaar moet houden?’ Jack liep naar Saskia die voor de deur stond te wachten van het hokje dat mevrouw Van Gameren als getuigenhokje had aangewezen. Niet alleen was het aantal bruikbare toiletten schaars geworden, er was ook amper ruimte genoeg om getuigen een plek te geven.
'Wil jij bij de verhoring van Helmer zijn? Jij was er als eerste bij en weet hoe de plaats delict eruit zag. En dat is ook leuker werk dan hier bij een hokje te staan wachten als een lakei. Ik vertel mevrouw Jongstra wel dat ze kan gaan.’ Jack lijkt altijd precies aan te voelen wanneer ik opzij geschoven wordt, dacht ze terwijl ze de deur opendeed.

'Zo, eindelijk iemand die tijd voor mij neemt. Ik zit hier al een tijdje met twee zwijgzame types. Ik heb informatie die ik wil delen, maar niemand schijnt me serieus te nemen.’ Had hij eerder nog twijfels gehad over of hij iets zou moeten zeggen tegen de politie, nu hij als verdachte was aangewezen zag hij geen andere uitweg dan alle kaarten op tafel te leggen.
'Was je vergeten dat jij juist aangewezen bent door een getuige, niet andersom.’ Jeroen ging tegenover Helmer zitten en leunde lichtjes naar voren. 'Voorlopig ben jij de enige verdachte in deze zaak. Eerst een dode op het toilet waar jij bij in de buurt gezien bent, daarna een dode op het parkeerterrein waar jij net vandaan kwam. Je moet wel hele goede smoesjes hebben om hier onderuit te komen.’
'Parkeerterrein? Waar hebt u het over? Ik heb hier echt niets mee te maken. Het is puur toeval. Ja, ik was bij de toiletten, maar ik heb die moord echt niet gepleegd. Ik ken dat mens niet eens, het is dat Eva zei dat ze een auteur was.’
'Een getuige heeft u op de plaats delict gezien.’ Saskia was Jeroen net voor.
'Ja, dat klopt. Maar dan was zij toch ook op de, hoe noemt u dat, plaats delict?’
'Wij stellen hier de vragen en trekken de conclusies, meneer….Wat ís uw achternaam eigenlijk?’
'Dat doet er toch niet toe. Ik zeg u dat ik niets met een moord te maken heb, laat staan twee. Ik ben gewoon naar binnen gelopen door de nooddeur. Dat doe ik wel vaker als Eva dienst heeft. Ziet u, Eva, en ik hebben elkaar ontmoet op dit toilet.’
'Romantisch.’ Saskia trok haar neus op.
'Voor u klinkt het misschien vulgair, maar we zijn verliefd. Ze laat mij binnen als er beurzen zijn zodat we elkaar gezelschap kunnen houden, dan is het wat minder saai voor haar. Toen ik opeens oog in oog met die mooie vrouw stond, wist ik niet wat ik moest zeggen zonder mezelf te verraden. Dus zei ik dat ik van de organisatie was. Ik wilde niet dat Eva in de problemen zou komen en ben snel weggegaan. Echt, ik ben onschuldig.’
'Dat bepalen wij wel, hoe onschuldig dat is. Zonder toegangskaart naar binnen gaan is ook strafbaar.’ Jeroen nam zijn aantekeningen nog eens door.
'Maar, ik heb wel informatie die misschien van belang kan zijn,’ zei Helmer met trillende stem.
'Zo, zo. Dat is wel heel toevallig. Om uzelf te redden of uw partner nog meer in diskrediet te brengen?’ zei Saskia kortaf.
'Nee, nee. Eva en ik hebben echt nergens mee te maken. Maar ik ving wel een gedeelte van een telefoongesprek op van een vrouw die voorbij kwam toen ik stond te praten met die dame in de rode jurk. Ze zei: 'Ik heb doorgetrokken’, ik weet het zeker. Niet zo gek als je van de wc komt, maar om daar nu iemand over op te bellen? Tot ik Eva hoorde zeggen dat er een schrijfster was die een boek heeft geschreven met de titel “Doorgetrokken”.
En toen ik buiten een peuk stond te roken, dacht ik een bekende stem te horen. Een stem die ik al een tijd niet had gehoord. Het kwam bij een groep jonge meiden vandaan. Het klonk als de stem van iemand die bij mij stage heeft gelopen toen ik nog in de uitgeverij werkte. Mildred heette ze, ik ben haar achternaam vergeten. Dat kan geen toeval zijn, toch?’
'Hebt u een omschrijving van de persoon die naar buiten liep?’ Jeroen bleef hem kort en zakelijk benaderen.
'Ik heb niet goed opgelet. Ik was afgeleid, snapt u. Ik weet alleen dat ze voorovergebogen liep, dus leek ze kleiner dan ze was. Het was een vrouw volgens mij, ze klonk vrouwelijk, maar ze liep met een ongemakkelijke pas op haar zwarte schoenen.’

Er werd op de deur van de verhoorkamer geklopt. Voorzichtig werd de deur op een kier gezet. 'Kunnen jullie even komen?’ Jack wenkte hen mee naar buiten. Helmer bleef weer alleen achter met de twee zwijgzame agenten.
In de gang werden ze opgewacht door Jack en brigadier Van Os.
'Het lichaam op de parkeerplaats is van ene Eric van Dissel, uitgever,´ zei Jack op zachte toon. ´Zijn portemonnee is in de stortbak van hetzelfde toilet gevonden waar Hermien Spaargaren werd aangetroffen. Op haar telefoon zijn ook enkele foto’s van hen samen aangetroffen, fijn dat sommige mensen de standaard pincode van hun telefoon niet veranderen. De foto’s lijken genomen te zijn tijdens een boekpresentatie. Volgens onze informatie heeft Hermien Spaargaren haar boeken uitgegeven via zijn uitgeverij. Van Dissel is inderdaad al eerder overleden, ongeveer tussen de 16 en 24 uur geleden. Hij is na overlijden vervoerd, afgaande op de kenmerkende kneuzingen die op zijn lichaam zijn aangetroffen. De kneuzingen bevinden zich op meerdere plekken op het lichaam: iets oudere kneuzingen onder de oksels, zij, knieholtes en benen, verse kneuzingen bevinden zich boven de enkels, waarschijnlijk veroorzaakt door het verslepen van het lichaam. Gek genoeg is het lichaam aangetroffen naast de auto van Hermien Spaargaren.
De bandensporen blijken van een geblindeerd busje dat op achterop het parkeerterrein staat geparkeerd, vlakbij een sloot. Deze wordt op het ogenblik gedregd. Er is heel slordig en amateuristisch te werk gegaan. Het busje bleek niet afgesloten te zijn. We hebben er bloedsporen, mannenkleding en rode kerstversiering aangetroffen. Het kenteken staat geregistreerd op naam van ene Mildred de Koning, zij staat op de deelnemerslijst van de beurs, stand 35.99.’

************

Henk stond vooraan bij de stand tussen het groepje mensen, dat aandachtig luisterde naar Mildred. Hij knikte naar haar ten teken dat hij haar bericht had ontvangen. Het was een risico dat hij nam, maar voor zijn eigen gemoedsrust moest hij wel.
Het plan was uitgevoerd, maar vlekkeloos was het niet verlopen: ze had zich verzet, meer dan hij had verwacht van zo´n mager scharminkel. Hij was na haar de toiletruimte ingegaan. Zijn vermomming was overtuigend genoeg geweest. Niet dat hij de mooiste vrouw op de beurs was, maar er liepen er nog veel meer bij waarvan je kon betwijfelen of het een man was. Af en toe dacht hij dat er iemand omkeek als hij voorbij liep, maar dat was meer de angst om betrapt te worden en het wennen aan die verschrikkelijke schoenen. Hoe deden die vrouwen dat toch?
Het was een meesterlijk plan van Mildred. Drie vliegen in een klap: zij was verlost van Eric van Dissel, Hermien Spaargaren zou zelfmoord plegen uit schuldgevoel en hij zou Leida weer terughebben.
'Pap, jij bent het toch? Je was toch de kerstboom aan het optuigen?’
Met een ruk draaide Henk zich om.
Achter hem stond Suus met grote ogen naar hem te kijken. Mildred zag vanachter haar stand dat er iets niet klopte.
'Maar pap…Wat zie jij eruit?’
In de verte zag hij een horde agenten op de stand afkomen.

Nadat Jack Eva Jongstra had laten gaan en Saskia Helmer had bevrijd van zijn twee bewakers, liepen ze gezamenlijk naar stand 35.99. De twee agenten die Helmer hadden bewaakt sloten ter versterking bij hen aan. Jack zag een groepje mensen bij de stand staan. Achter de stand stond een roodharige dame te smoezen met een vrouw, die geschrokken achterom keek. Bij het zien van de politiemacht maakten de vrouwen aanstalten het op een lopen te zetten.
'Ze gaan er vandoor!’ riep Jeroen.
Brigadier Van Os zette een onhandige sprint in. 'Opzij, maak ruimte!’ schreeuwde hij naar wat verwarde bezoekers die van schrik juist bleven staan. Jack en Jeroen volgden Van Os op elegantere wijze. Saskia en de twee agenten trokken een sprint naar de roodharige vrouw. Ze kon geen kant op: haar stand was ingebouwd met verschillende dozen met de tekst 'Het Toiletbezoek - een thriller met drie lagen’.
Henk zag zijn kans schoon en maakte gebruik van de verwarring om er tussenuit te piepen, maar op zijn zwarte pumps was hij praktisch kansloos. Hij kwam niet verder dan stand 36.00 voor hij onderuitging, zijn pumps vlogen van zijn voeten. Van Os dook bovenop hem, terwijl Jack en Jeroen zijn beide armen in bedwang probeerden te houden. Henk beet de brigadier hard in de arm nadat deze zijn arm om zijn nek klemde. 'Niet doen!’ schreeuwde Jack naar Van Os, 'Niet nog een keer!’.

Leida kwam na wat dolen over de beurs in de buurt van het restaurant en zag dat er tumult was ontstaan bij een van de stands. Een roodharige vrouw stond naast de stand, met aan elke arm een agent. Hé, dat was die jongedame met het rode haar!
Verderop lag een vrouw op de grond, haar schoenen waren uit gevlogen. Een iets te zware agent zat hijgend naast haar op de grond terwijl twee anderen haar armen op haar rug dwongen. Voordat de vrouw kon tegenwerken, klikte de hijgende agent de handboeien vast om haar polsen.
Nog voordat Leida doorhad wat er aan de hand was, zag ze dat Suus naar de vrouw op de grond liep en zich voorover boog. Ze pakte de vrouw bij de haren en trok er hard aan. De pruik kwam er met gemak af.
´Henk? Wat is hier aan de hand? Wat doe jij hier en waarom zie je eruit als een slechte dragqueen?’ Leida deed van schrik twee passen achteruit.
'Ik deed het voor ons, schatje. Voor ons, hoor je?!’ Henk werd overeind geholpen, maar zakte huilend door zijn knieën. 'Ik kon er niet meer tegen. Jij en die kloteboeken van je. Al die beurzen, al die recensies. Al die keren dat je wegging en mij achterliet met dat kind. En dan vooral die Spaargaren. Spaargaren dit, Spaargaren dat, terwijl ze jou als grof vuil behandelde. Om misselijk van te worden, je obsessie maakte ons kapot. Ik wil je terug, ik wil mijn leven terug!’ De mascara liep over zijn wangen en vermengde zich met de uitgesmeerde lipstick. De agent wreef de lipstick rondom de tandafdruk van zijn arm.
'Hoezo, wat is er met Hermien? Is zij de auteur die vermoord is. Is dat wat je bedoelt?!’ Leida kon niet bevatten wat ze meemaakte. Haar Henk die haar Hermien wat aangedaan had, dat kon toch niet.
'Je liegt, het is niet waar! Waarom loop je er zo bij? Waarom zit Mildred in de boeien? Wat heb je gedaan?’
'Ik was het zo zat dat je me elk weekend alleen liet, die schrijvers gingen altijd voor. Als je dan thuis was zat je alleen maar te lezen en recensies te schrijven voor die Eric van Dissel. Elke recensie die je opstuurde, stuurde hij terug als het hem niet beviel. Vooral als het over die Spaargaren ging. Dat mochten alleen maar 5 sterren recensies zijn. Ik kon er niet meer tegen. Ik werk me een slag in de rondte, terwijl jij het ene na het andere boek aanschaft.’ Vol ongeloof staarde Leida naar de vrouw op de grond die duidelijk niet haar man kon zijn.
‘Ik had je nog zo gezegd,’ ging Henk verder, 'ik of de recensies. Jij koos voor de recensies. Terwijl je zelf had gezegd dat Spaargaren Van Dissel wel kon vermoorden vanwege alle commentaar die hij had op haar werk. Gelukkig vond ik via jouw Facebookvrienden in Mildred een lotgenote. Van Dissel had haar reputatie als uitgever kapotgemaakt, waardoor ze amper nog werk kan vinden.’ Het maakte Henk allemaal niet meer uit, als hij ten onder zou gaan, dan maar iedereen in zijn kielzog meenemen.
'Gisteren zijn we naar het kantoor van Eric gereden. Daar hebben we hem overrompeld en vermoord met zijn eigen briefopener. Zijn hand hebben we er af gehakt, zodat hij nooit meer iets zou kunnen schrijven. We hebben hem in de bus gelegd en hebben kerstspullen en kleding voor mij gekocht. Mildred leek het een goed idee dat ik als vrouw verkleed ging, omdat dat minder op zou vallen, zeker met mijn lichaamsbouw. En ik zou ook niet herkend kunnen worden. Fotografisch geheugen blijkt in de familie te zitten, zelfs al zit je onder de make-up. Verdomme, Suus!’ Suus begon te huilen en liep met de pruik nog in haar handen naar haar moeder.
‘Mildred smokkelde mij naar binnen als hulpje voor de stand. Ik wachtte tot Hermien naar het toilet ging en overviel haar toen ze uit de wc kwam. Mildred zou buiten wachten. Toevallig stond er een groepje meiden waar zij qua leeftijd zo tussen paste. We wilden de verdenking bij Spaargaren leggen door het op zelfmoord te laten lijken en de hand als symbool naast haar lichaam te leggen, zodat het net leek alsof zij Van Dissel vermoord had en daarmee een statement wilde maken. Zijn lichaam hebben we bij haar auto gelegd, het viel niet mee om dat logge lichaam te verplaatsen.’
'Hou je bek, Henk. Slappe zak!’ Mildred probeerde zich los te worstelen van haar bewakers.
‘Maar het liep mis, Spaargaren was sterker dan ik dacht. Bij een korte worsteling wist ik een mes, dat Mildred op de beurs had gestolen, in haar borst te steken. Met haar laatste kracht greep ze me bij mijn haar, waardoor ik mijn evenwicht verloor. De portemonnee en de hand vielen uit mijn handtas, die was blijven hangen achter de deurknop. Ik kon nog net op tijd op de toiletpot gaan zitten en Hermien tegen de muur drukken, zodat die toiletjuffrouw het hokje niet binnenkwam. Het leek een eeuwigheid te duren voor ze klaar was met poetsen. Ik ben daarna snel via de nooddeur naar buiten gelopen terwijl ik Mildred belde om te zeggen dat ik de portemonnee kwijt was. Ik liep bijna nog tegen een man en een vrouw op, maar volgens mij waren ze teveel met elkaar bezig om mij te zien. Even later heb ik het mes aan Mildred gegeven, die het heeft laten verdwijnen.
‘Het was bijna gelukt, Mildred. Bijna.’
Geschokt viel Leida in de armen van Suus. Joke en de rest van de groep kwamen erbij en gaven Leida en Suus een knuffel op het moment dat Mildred en Henk werden afgevoerd.
'Ga naar de winterfair, zeiden ze. Gezellig, zeiden ze.’ Joke zuchtte nog eens diep.

************

Saskia stond in haar sexy rode avondjurk vanaf de zijlijn te kijken hoe haar collega’s zich ongegeneerd lieten gaan op de dansvloer. Bier en champagne maken de benen buigzaam en de lippen los. Last Christmas, I gave you my heart, but the very next day, you gave it away. Jack en Jeroen hielden elkaars hand vast terwijl ze uit volle borst meezongen, ’…I give it to someone special….speciaaaal!
De vrouw van de commissaris hield haar blik op Jack gericht terwijl ze met haar man danste.
Brigadier Van Os tikte Saskia op de schouder. 'Mag ik deze dans van je?’
Saskia pakte zijn hand, 'Natuurlijk, brigadier. Ik hoop dat je niet al te snel uitgeput raakt.’

************

Eva en Helmer staarden uit het raam naar het vuurwerk dat buiten in alle hevigheid was losgebarsten.
Eva dacht terug aan de afgelopen periode. Hoe heb ik Helmer ooit kunnen wantrouwen, ik schaam me ervoor dat ik hem heb kunnen verdenken. Omdat ik iemands verleden niet ken, betekent dat niet dat iemand iets te verbergen heeft. Ik zal moeten leren hem te vertrouwen. Tenslotte is een man net als een toilet: hij geeft een hoop rotzooi, maar met goed poetsen kun je alles laten glimmen.
'Gelukkig Nieuwjaar.’ Helmer tikte zijn champagneglas tegen Eva’s glas.
'Gelukkig Nieuwjaar, op een schoon begin.’

************

Leida en Suus zaten voor de televisie naar Knallende Kurken te kijken. De foto van het gezin die normaal in de woonkamer hing, was van de muur gehaald. De met zilverkleurige kerstballen versierde kerstboom stond er verloren bij in een hoek van de kamer. Kerst was meer papa’s ding.
'Hoever ben je met je verhaal?’ vroeg Leida aan Suus.
'Ik ben al een eind opgeschoten, ik heb al 10 hoofdstukken.’
'Zo. Dat gaat lekker. Heb je al een titel?
'Ja, “Dresscode Rood”.’

Your comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *